Schrijven in water

Schrijven in water

brieven aan mademoiselle B

© 2009 Leo Burger

18 augustus

Geachte Mademoiselle B,

Uw neef, mijn vriend Bertrand maakt het naar omstandigheden redelijk, laat ik daar mee beginnen om u gerust te stellen. Hoe lang duurt het om van een gebroken hart te genezen? Het zal voor iedereen anders zijn, maar dat U hem in uw goedheid in gelegenheid stelt om deze reis te ondernemen, samen met mij, zal zeker bijdragen aan zijn herstel.

Hoe lang de brieven die ik, zoals beloofd, met grote regelmatigheid zal schrijven er over doen U te bereiken weet ik niet, zo ze U allemaal al zullen bereiken. Op de plaatsen waar we later zullen verblijven, zijn weinig geregelde postdiensten. De gedienstigheid van sommigen is mogelijk slechts oppervlakkig vernis en geveinsde gedienstigheid verdwijnt dan als de sujetten uit het zicht zijn. Wat is er makkelijker om de brieven direct weg te gooien en de penningen te behouden? Ik benoem het, maar ik probeer toch het beeld van de goedheid van de mens te behouden. Immers, als men een ander met wantrouwen tegemoet treedt zal dat juist de slechte inborst, die in velen zit, cultiveren. Juist als men de ander met vertrouwen tegemoet treedt, zal dat eerder een beroep doen op het goede dat toch soms ook in de grootste schurk zit.

Mademoiselle, vergeef me als ik in deze brieven me af en toe vrijheden veroorloof die in uw kringen ongepast zijn. Het is geenszins de bedoeling U te affronteren. Uw verfijning staat in schril contrast met mijn gebrek er aan. Als u zich gekrenkt voelt door mijn taal, mijn gebrek aan hoffelijkheid, dan hoop ik dat u weet dat het geen gebrek aan achting of respect is, doch slechts mijn onwetendheid over wat hoort en wat niet hoort.

Morgen hopen we de overtocht naar Engeland te kunnen maken om vanuit daar een schip te vinden dat ons naar Gibraltar zal brengen. Een zeereis is zeker goed om een bedrukt gemoed te bevrijden van een zware last. En uw neef, mijn vriend Bertrand, gaat hier zeker onder gebukt. Hij laat zich door mij meenemen, maar gaat zo in zichzelf op dat hij weinig spraakzaam is. Maakt u zich geen zorgen, ik behoed hem voor dwaasheid. En naarmate onze reis vordert, die door uw goedheid mogelijk is, zal zijn genezing vorderen. Zo gauw wij aan de overzijde van het kanaal zijn zal ik u verwittigen waar wij verblijven zodat u eventueel, als het u behaagt, kunt schrijven aan hem. U kunt eventueel dan ook mij berispen waar ik niet de juiste omgangsvormen in acht heb genomen.

Met de meeste hoogachting,

M.

21 augustus

Geachte Mademoiselle B,

Vandaag kwamen we aan bij het landgoed van Lord H, alwaar wij goed ontvangen zijn. His Lordship verblijft in Londen, maar heeft desalniettemin alles in gereedheid laten maken voor onze aankomst en verblijf. Het nieuws van zijn hartzeer heeft ook deze contreien bereikt, doch iedereen is zo kies het er niet met hem over te hebben.

De tocht over het kanaal vond plaats in ruw weer. De kerels aan boord amuseerden zich met ons ongemak. Laat ik hier niet teveel over uitweiden. U kunt zich er een voorstelling van maken. Het voordeel was dat uw neef zich voor enkele uren niet bewust was van zijn gebroken hart, voor zover men dat een voordeel kan noemen. De reis heeft ons beiden vermoeid.

De natte en woeste omstandigheden aan boord hebben ons murw gemaakt en onze bagage doorweekt.

Met de meeste hoogachting,

M.

25 augustus

Geachte Mademoiselle B,

Uw neef wordt in beslag genomen door de verplichtingen die zijn bezoek met zich meebrengen. Voor zover ik dat kan beoordelen, slaat hij er zich manmoedig doorheen. Voor iemand die niet beter zou weten, zou het lijken alsof hij reeds geheel genezen is. Gisteravond echter verzuchtte hij, een korte tijd dat wij samen waren, dat hij hier liever niet zou zijn, dat hij liever nergens zou zijn. Maakt u zich hierover echter niet teveel zorgen, ik kon hem wat opmonteren. Ons gesprek deed hem goed. Ik hield hem in het vooruitzicht dat onze reis hem minder zou belasten als wij verder gaan. Het vooruitzicht dat hij verder weg gaat van de plaats waar zijn hart verwond raakte, trekt hem aan, zo zei hij mij.

De bezigheden en verplichtingen waar hij door geoccupeerd wordt, geven mij de gelegenheid om onze reis, die ons in de loop van de volgende week naar Portsmouth zullen brengen, voor te bereiden. De secretaris van de Lord is mij bijzonder behulpzaam. Het is een plichtsgetrouwe man die over onmiskenbare humor beschikt. Hij heeft voor ons een onderkomen op het oog in die havenplaats dat wij kunnen betrekken gedurende de tijd dat wij wachten op de afvaart.

Rest mij te zeggen dat de natuur hier zich in al zijn schoonheid zich aan ons voordoet. Ik ben mogelijk te vrijpostig als ik de vrijheid neem te veronderstellen dat het u zeer zou bevallen. Ik stel mij zo voor hoe u hier ook zou wandelen. Het weer is zeer aangenaam en het warme zomerlicht geeft de valleien een gouden glans die een mens dromerig maken. Ook voor een gebroken hart kan dit niet anders zijn dan heilzaam.

Met de meeste hoogachting,

M.

25 augustus

Geachte Mademoiselle B,

Zojuist is de brief die ik eerder vandaag schreef naar het dorp gebracht. Mijn vrijpostigheid om te schrijven over wat u wel en niet zou bevallen aan de natuur en dat ik mij voorstelde hoe u hier zou wandelen, doen mij bijna blozen. Ik zou bijna mijn brief achterna gereisd zijn om hem te onderscheppen, maar in de vrees dat ik daardoor een onmogelijke figuur zou slaan, waardoor ik zaak alleen maar erger maak, beperk ik mij ertoe om mijn nederige excuses voor deze faux-pas aan te bieden.

In mijn brief wilde ik slechts tot uitdrukking brengen dat de omstandigheden hier zeer prettig zijn voor uw neef, mijn vriend Bertrand. Mijn ongelukkige woordkeuze is het gevolg van mijn gebrekkige ‘weten hoe het hoort’ onder alle omstandigheden. Ik schaam me daarom ook zo, omdat men de indruk zou kunnen krijgen dat uw neef een verkeerde hand zou hebben van vrienden kiezen. In het besef dat mijn handelswijze hem in ernstige verlegenheid kan brengen, hoop ik dat u mijn faux pas wilt vergeven en dat deel van de brief als niet geschreven. Omwille van uw neef verzoek ik om clementie.

Met uitzonderlijke hoogachting,

M.

3 september

Geachte Mademoiselle B,

Bij aankomst in Portsmouth bereikte mij uw brief die doorgezonden was. Mijn zware gemoed dat mij enige dagen bedrukte verdween op slag. Ik ben blij dat uw clementie mijn deel is en dat de reputatie van uw neef, mijn vriend Bernard, geen averij heeft opgelopen. U schrijft er slechts onschuldig vermaak in te zien dat ik een omschrijving geef van mijn gedachten, het land, het weer en de mensen, zelfs dat u uw neef benijd om de vriendschap die hij met mij heeft.

Met bevende handen maakte ik de brief open, want ik durfde niet te hopen op dit antwoord. Ik verzeker u dat ik uw brief meermalen heb gelezen. Zonder te vervallen in brutaliteiten wil ik u zeggen dat uw goedheid mij treft en dat ik aan uw wens tegemoet zal komen door meer van mijn gedachten en de omgeving aan u te beschrijven.

Allereerst uw neef, mijn vriend Bertrand. Zo gauw we de reis naar Portsmouth aanvingen, kwam zijn zwaarmoedigheid onder de mantel van voorkomendheid weer tevoorschijn. Een oppervlakkige toeschouwer zou denken dat het slechter met hem ging, maar ik geloof dat niet. De laatste dag voor ons vertrek was hem gebleken dat een ieder wist van zijn ongelukkige liefde en ik heb op hem in moeten praten, om hem vast te laten houden aan ons plan. In de weinige dingen die hij erover zegt, blijkt dat hij gelooft dat liefde nooit meer zijn deel kan zijn, dat hij nooit meer van iemand kan houden. Ik heb hem daar in niet tegengesproken. Niet omdat ik denk dat hij gelijk heeft, maar meer om geen groter afstand tussen ons beiden te scheppen. Als hij zich niet begrepen voelt omdat hij zou denken dat ik de zaak te luchthartig bezie, dan zou hij misschien nergens meer over spreken. Een gemoed waar gedachten onuitgesproken opgestapeld liggen zonder dat er frisse lucht bij kan, zal misschien leiden tot ontstekingen. Wat is liefde toch een eigenaardig iets. Het brengt ons naar de toppen van het allerhoogste, maar het kan ons ook brengen voor de poorten van het diepst. Hoe kan iets wat zo zoet hoort te zijn, omgeven zijn met juist het bittere?

Om aan uw wens tegemoet te komen zal ik nu het een en ander over onze verblijfplaats schrijven. Allereerst moet mij van het hart dat Portsmouth de adem heeft van de moderniteit. De haven stampt en sist in een beklemmend ritme waarbij de mens zich nietig voelt. De bedrijvigheid brengt mensen van allerlei slag tezamen. Boodschappers, jonge knaapjes, rennen brutaal door de straten en lopen iedereen omver die hen de weg verspert. Niemand die er wat van zegt, de handel gaat voor alles. Is dit wat ons overal in de toekomst te wachten staat? Wat zal er overblijven van de menselijke waardigheid?

Gelukkig is ons appartement gelegen in een rustige straat zodat we ongestoord kunnen rusten. Aan de overkant van de straat is een etablissement waar goede maaltijden genoten kunnen worden tegen een redelijke prijs, maar ook hier, het moet mij van het hart, is er niet veel rust. Mensen van allerlei slag loopt hier in en uit. Reders en bootsmannen zitten in hetzelfde lokaal de maaltijd te gebruiken. De minste voelt zich hier het meest.

Sprak ik eerder over het gouden licht over de valleien bij Lord H, hier in Portsmouth is het grauw en grijs. Zelfs de zon schijnt hier naargeestig. De onwelriekend lucht van damp, teer en kolen doen mij verlangen naar het uur van ons vertrek, weg hier vandaan. Zelfs de romantiek is hier vergaan tot handel. De autoriteiten staan alles oogluikend toe. Als dit alles de voorbode is van de nieuwe tijd waar wij onstuitbaar naar op weg zijn, dan doet mij dit het ergste vrezen. De wereld zal er alles aan moeten doen om verfijning te behoeden voor de teloorgang. Het is moeilijk voorstelbaar dat dichters of componisten hun genie kunnen laten bloeien in deze heksenketel. Hier lijkt alles te draaien om laag vermaak.

Afstanden vervagen door radiotelegrafie. Schepen hebben op volle zee contact met de haven door signalen die door de lucht reizen. Hier in Portsmouth kan men zelfs direct contact hebben met de andere zijde van de Atlantische Oceaan. Het is opwindend, zelfs adembenemend te bedenken dat het allemaal mogelijk is, maar ergens zegt mij een stem dat ook deze moderniteit niet alleen ten goede aan de mens zal komen.

Uw gemoed wil ik niet verstoren met mijn somberen. Het is vanwege uw wens mijn overpeinzingen met u te delen. Uw neef, mijn vriend Bertrand lijkt van dit alles nog weinig besef nog te hebben. We maken uitstapjes, het liefst buiten deze stad, om hem een dagelijkse bezigheid te geven die zijn gemoed moet verstrooien. Helaas is het nog zo dat hij het bed zou houden als ik hem niet presseer.

Spoedig zullen wij bericht ontvangen over de dag van ons vertrek.

Met bijzondere hoogachting,

M.

14 september

Geachte Mademoiselle B,

Uw opmerkingen en aanmoediging in uw laatste brief, brengen warme gevoelens in mij boven. Uw brief lees ik telkenmale om mij ervan te vergewissen dat ik het mij niet ingebeeld hebt dat u dergelijke vriendelijke woorden gebruikt. De laatste dagen ben ik steeds weerom aan een nieuw epistel begonnen, maar dan schrok ik terug om verder te gaan. Vraag mij niet wat ik schreef en weer verwierp. Vandaag zal ik doorschrijven en deze brief verzenden omdat er anders het gevaar is dat u zou kunnen denken dat ik mijn plicht verzaak of dat het schrijven mij zou tegenstaan. Mijn plichten wil ik niet verzaken, en het schrijven staat mij in het geheel niet tegen.

Het schrijven van de brieven aan u is een arbeid die geen arbeid is. U maakt dat ik wilde dat ik een beter mens was. Als ik mij voorstel hoe u straks deze woorden zult lezen, dit papier in uw handen zult houden, voel ik mij niet waard ditzelfde papier eerst vast te pakken, deze onbeholpen woorden te schrijven die bij voorbaat tekort schieten.

Snel ga ik nu over op meer vaste grond, voor u gaat denken dat de ambiance van Portsmouth mijn verstand aantasten. Het bovenstaande moest ik wel schrijven om u de omstandigheden te verklaren waarom mijn schrijven zo lang op zich liet wachten. Bijna reeds verscheurde ik wederom deze brief omdat het weer zo plomp en weinig zwierig overkomt. U verdient beter dan dit gestuntel.

De vaste grond waarover ik zojuist repte zijn de omstandigheden alhier. Uw neef, mijn vriend Bertrand en ik hebben enkele dagen geleden kennis gekregen aan twee heren die dezelfde tocht als wij gaan ondernemen. Het zijn een Engelsman en een Franstalige Vlaming, beiden schilders. Ook zij wachten op een passage naar Gibraltar van waar zij ook de overtocht naar Marokko zullen wagen. Ze zijn beiden zeer vriendelijk en welbespraakt. Vooral de Engelsman is zeer voorkomend en weet altijd de juiste toon te treffen om het gesprek op gang te houden. Uw neef Bertrand heeft zo waarlijk weer gelachen om de beschaafde grappen die de heren met elkaar en ons maakten.

Het lijkt voorlopig een prettig vooruitzicht om met deze heren de boottocht te kunnen doen. De Vlaming heeft deze tocht vaker gemaakt, en van hem kregen we zeer waardevolle informatie over onze reis. Eergisteren zijn wij naar het theater geweest, waar men een opvoering gaf van Shakespeare. Het is wonderlijk hoe allerhande rangen en standen door elkaar heen zitten in het publiek bij een dergelijk evenement. Er wordt gejoeld en luidkeels meegeleefd met de personages. Onze schilders waren met ons mee, en allen vermaakten we ons meer over het publiek dan over het stuk dat wij gewend zijn zo veel plechtstatiger uitgevoerd te zien. Men maakt er hier meer een klucht van. De Engelsman verzekerde ons dat dit in de tijd van de grote schrijver zelf, er ook zo aan toe ging. Hij zal het weten, hij is van hier.

Uw neef Bertrand, mijn vriend, vergat voor het moment zijn hartzeer en vermaakte zich uitstekend. Na afloop zijn we in een pub geweest, dat is een dranklokaal, maar zo anders dan bij ons. We hebben ons tegoed gedaan aan een paar stouts, dat is een donker bier. Weest u er van verzekerd dat alles in het nette bleef, hoewel de mensen rondom ons zich mateloos gedroegen. De Engelse schilder verzekerde ons dat wij, nu wij in het theater en in een pub waren geweest, pas het echte Engeland hebben geproefd.

Vandaag vernamen wij dat wij over een week al aan boord kunnen van het schip dat ons naar ginds brengen zal. Het moet nu nog aankomen in de haven, maar men weet de tijd van aankomst al vanwege de radiotelegrafie. Het is onze Engelse schilder, had ik al verteld dat hij Cross heet, die precies weet waar hij zijn inlichten moet bekomen. Mijn blijdschap over de zekerheid van ons uur van vertrek mengt zich met een zekere ontgoocheling. Door al deze nieuwerwetsheid raakt de wereld zijn mysterie kwijt. Er blijft niets meer te raden over als deze moderniteit zich doorzet. Ik sprak hierover met onze vrienden en zij beaamden het. ‘Maar als deze nieuwe dingen in de wereld zijn, dan houdt men ze niet meer tegen’, was het commentaar van Cross. Mijn vrees is dat hij gelijk heeft. Als ik moet kiezen nu, tussen weten of het schip aankomt en wanneer, dan kies ik inderdaad voor het weten. Maar liever had ik gehad dat hierin niets te kiezen was, dat deze moderniteit er niet zou zijn. Tot waar leidt al deze vernieuwing?

Onze vriend Cross schetste een wereld waarin we met elkaar spreken konden over grote afstand via de uitvinding van Bell, dat er straks in elke stad en elk dorp een telefoon zal zijn waarmee men zijn stem over honderden kilometers kan laten reizen. Hij had nog wel meer van deze toekomstvisioenen waar hij een wereld schetste vol vernuft, waarin het oorspronkelijke menselijke genie steeds minder belangrijk wordt. ‘De Amerikanen zijn hierin heel vooruitstreven’, zo zei hij, en hij joeg me schrik aan. Ik weet niet of ik in een wereld wil leven die in zijn geheel op dit lawaaiig Portsmouth lijkt en waarin wij niets meer terugvinden dat ons zo dierbaar is. Waar blijven de dichters en de componisten? Waar blijven de liefde en de romantiek? Wat heeft deze nieuwe eeuw voor ons in petto? In wat voor tijden leven wij?

Het discussiëren, de afleiding en het vooruitzicht van de nakende afvaart, doet ons allen goed, niet in de laatste plaats uw neef, mijn vriend Bertrand. Het is een wijze beslissing van u geweest, deze reis. Er zijn nu soms uren waarin hij bijna zichzelf is. Waarin er amper iets te merken is van de gekwelde blik die hem zo parten speelde. Het is daarom dat ik uitgebreid vertelde van de gesprekken met onze schilderende reisgenoten. Ook al had ik u liever niet bezwaard met de sombere vooruitzichten van de heer Cross over het einde van de wereld zoals wij die thans kennen. Over de tijd dat de hele wereld vol gestamp en geraas zal zijn, zoals wij thans in deze drukke havenstad al zien. Een wereld waar de handelsmannen het gewonnen hebben van de dichters en de ridderlijkheid.

Met de meeste hoogachting,

M.

22 september

Geachte Mademoiselle Beatrice,

Hoe lang heb ik geaarzeld om uw naam voluit te gebruiken? Maar uw wens is mijn bevel. U heeft gelijk, door onze brieven zijn wij als bekenden geworden op een manier die rangen en standen overstijgt. Het zal echter nog even duren alvorens ik uw naam als vanzelfsprekend gebruik. Het komt niet door een gebrek aan genegenheid, eerder juist door een zeer grote genegenheid dat ik u met alle respect wil bejegenen.

Uw warme opmerkingen over uw vertrouwen in de toekomst hebben mij doen glimlachen tijdens een wandeling die ik alleen maakte om uw woorden te overdenken. U heeft gelijk, de komst van de trein heeft destijds de romantiek niet doen verdwijnen noch zal de komst van de radiotelegrafie de ware aard van de mens aantasten. Uw woorden deden mij met andere ogen naar dit Portsmouth kijken.

Het was tijdens mijn wandeling prachtig weer, alsof u er was om de wolken weg te jagen, en ik kon in de warme najaarszon nu ook met plezier naar al deze bedrijvigheid kijken. Hoe licht wordt mijn pad door uw wijze en warme woorden. Toen ik bij de docs aankwam zat daar onze Belgische vriend schetsen te maken van de bedrijvige haven. Genoeglijk heb ik bij hem gezeten en spraken wij wat over trivialiteiten. Vergeef me als ik tot de ontboezeming kom dat ik u nabij mijzelf voelde. Daardoor ging het lichtvoetig spreken mij goed af.

Morgen gaan wij aan boord. Bertrand is duidelijk minder indolent. In zijn passen en gebaren zit meer levenskracht. Wij spreken niet meer over de gebeurtenissen die hem kwelden. Naar ik meen, zal ook hij u vandaag nog schrijven, hetgeen een zeer gunstig teken is van zijn herstel. Hij plaagt mij vanwege mijn geregelde correspondentie met u, ik kan slechts hopen dat hij mij niet slechter afschildert dan nodig.

De Belgische schilder die inderdaad VR is, zoals u reeds veronderstelde, vertelde mij van die vreemde wereld die zich aan ons zal voordoen, zodra wij de korte zee-engte zijn overgestoken van Gibraltar naar Tanger. In niets lijkt de wereld daar op alles wat wij hier in Europa gewend zijn. Ik vroeg hem of het vergelijkbaar was met het verschil tussen Engeland en het vasteland. Hij glimlachte en veronderstelde dat het voor mij een ware schok zou zijn om te bemerken dat er geen groter verschil denkbaar kon zijn.

In grote dankbaarheid en met genegenheid teken ik met bijzondere hoogachting,

Maurice

3 oktober

Geachte Mademoiselle Beatrice,

Uw brieven kunnen elk moment, naar ik hoop, aankomen in dit zuidelijke deel van ons werelddeel dat wij spoedig zullen verlaten voor de oversteek naar de kust van dat andere continent dat bij goed weer duidelijk zichtbaar is. Gisteren zat er in een boom tegenover ons pension een grote vogel die wij hier niet kennen. Het was een immense aasgier, die met zijn kale lelijke kop ons gemeen zat aan te kijken. Nog voor een van onze schilders er een schets van kon maken, vloog hij op en ik schrok van de enorme spanwijdte van zijn vleugels. Het is goed voorstelbaar dat zo een beest een kadaver van een bok mee in de lucht kan nemen, zo immens was hij. Angstig ben ik niet snel, maar ik huiverde.

De wind komt van gindse zijde en is heet en droog. In het noorden zal het in deze oktobermaand al flink wat koeler zijn. De atmosfeer is hier zo anders. In Gibraltar probeert men inmiddels Britser dan Brits te zijn. Men doet hier alles om te ontkennen dat men een onderdeel van het Iberisch schiereiland is.

De zeereis, via Santander naar Gibraltar, ging voorspoedig en kalm en was in niets te vergelijken met de barre natte overtocht over het Kanaal. Bertrand kan het uitstekend vinden met Cross en is veel in gesprek over nieuwe richtingen in de schilderkunst. Ook in de kunsten heeft de wetenschap zijn intrede gedaan. Men probeert de mysteriën van het licht te ontrafelen door een bijzonder gebruik van kleuren, waardoor men een krachtige impressie verkrijgt van hetgeen men waarneemt. De schilderwerken probeert men echter dan echt te laten zijn, terwijl het juist minder gedetailleerd is in zijn weergave. Op deze wijze probeert men zich te onderscheiden van de nieuwe techniek van de fotografie, waarbij elk detail immers natuurgetrouw in weergegeven wordt. Deze gesprekken, waar ik een toehoorder van ben, leren mij veel en ik ben benieuwd welke mening u heeft over al deze ontwikkelingen in de kunst.

Het warme weer en de vrijmoedige gesprekken met onze vrienden maken van mij een ander mens. Er waren zoveel zaken waar ik eerder nooit over nadacht en zo vanzelfsprekend waren die nu, zo ver van huis, in zo een andere atmosfeer, zo heel anders schijnen. Ook Bertrand, die nu geheel geoccupeerd is met zijn pogingen om ook te schilderen, is veranderd. Hij sloeg mij gisteren overigens kameraadschappelijk op mijn schouders zoals hij dit vroeger ook gewend was en plaagde mij met mijn rusteloosheid bij het afwachten van de komst van uw brieven. Hoewel ik dit juist niet zo probeer te laten merken aan hem of de anderen kan ik niet ontkennen dat ik uitzie naar uw brieven. Mijn passen die ik hier zet, zet ik in gedachten met u.

In hoogachting,

Maurice

5 oktober

Geachte Mademoiselle Beatrice

Nog altijd is er geen aanlevering van post geweest. Het valt zwaar om zo lang op een antwoord van u te moeten wachten. Smekend u dit niet als een verwijt te zien, hoe kan ik u verwijten dat de post zo lang nodig heeft te reizen, vraag ik u eventueel een nieuwe brief te schijven, daar er mogelijk op de lange reis iets mis is gegaan met de eerdere. Terug van het postoffice naar het appartement voelde ik mij koortsig hetgeen erg inconveniënt is met dit warme weer. Door mijn koortsigheid haalde ik mij de vreselijkste gedachten in mijn hoofd. ‘Was de grote angstaanjagende aasgier geen voorteken van iets vreselijks?’ De hoeveelheid vreselijkheden die een koortsig mens zich kan inbeelden zijn eindeloos. U kan ik hier niet mee belasten, morgen zal het beslist weer beter gaan.

Vanochtend was ik met onze schildersvrienden in gesprek. We hadden het over de noodzaak zoiets te moeten doen als schilderen. De heren zijn aangesloten bij een niet officiële sociëteit, omdat hun stijl niet erkend wordt, zoals u wellicht weet. De vraag die ik stelde was waarom zij toch een schildersrichting kozen waarbij zij de grootst mogelijke onzekerheid omtrent hun inkomen riskeerden. ‘Waarom’, zo vroeg ik hen, ‘gaat u geen portretten schilderen van rijkeluiskinderen? Daar kunt u toch ook uw kunstzinnigheid in leggen?’ De heren keken even vreemd op van mijn vraag, bijna in misprijzen. We kregen het over een kunstwerk dat eeuwig zou zijn van waarde.

‘Is niet elke poging om iets van eeuwige waarde te creëren hetzelfde als het schrijven in water? Men tekent op het wateroppervlak, maar de tekens verdwijnen in een golving die zich even later verschuilt in de rimpeling en deining die nu eenmaal normaal zijn?’ De vraag die ik opwierp bleef hangen in de lucht en Cross riep uit dat ik een nihilist leek. Er zijn nu zoveel moderne stromingen dat ik niet voorhanden had om uit te maken wat hij er mee bedoelde, met dat nihilist. Het klinkt als een belediging, maar voor hetzelfde is het juist een compliment.

‘Nee heus’, zo vervolgde ik, ‘is in het licht van de eeuwigheid een gesproken woord dat verdwijnt zodra het is uitgesproken niet hetzelfde als een gedicht dat men zich nog een tiental jaren herinnert of een schilderij wat mogelijk een paar honderd jaar meegaat? In de zee van de eeuwigheid zijn dit slechts rimpelingen.’ VR maakte een enkele vrijzinnige opmerkingen over de liefde die ik hier niet kan herhalen. Zijn stelling was dat gedichten, schilderkunst en muziek niets anders zijn dan een hoogste vorm van liefde en dat liefde alles is wat er toe doet in dit leven. Nu, met dit laatste kon ik het eens zijn. Maar ik vroeg me af of we elkander echt begrepen.

In hoogachting

Maurice

6 oktober

Geachte Mademoiselle Beatrice,

Hoewel ik u liever niet belast met mijn inconveniëntie, heb ik behoefte om met iemand te delen hoe ik mij thans voel. De koorts houdt aan en ik voel mij beurtelings koud en warm. Bertrand is samen met onze schildersvrienden op pad. Het lukte mij niet om met hen mee te gaan. De geringste inspanning put mij uit en ik verlang er naar om thuis te zijn. Reizen en ziekte gaan niet samen. In de uren dat ik alleen ben, heb ik behoefte aan een woord van troost en nabijheid van een goede ziel. Door deze brief te schrijven voel ik mij nader tot u.

Mijn koortsigheid bezorgt me aanhoudend angstige dromen. Het heen en weer gaande gordijn zag ik aan voor wat anders, ik moest me ervan overtuigen dat het toch heus alleen maar de stof was die beroerd werd door de wind. Wat is een mens eenzaam als hij getroffen wordt door ongemak zo ver van huis.

Door mijn koortsige gemoed vloeiden de gesprekken en indrukken van de laatste weken aaneen tot enkele verontrustende dromen. Dromen waarin de wereld was veranderd in een verschrikkelijk oord waarin een mens amper meer kon leven. Mijn ontwaken na deze angstige dromen bracht geen verlichting. Nog steeds zag ik angstaanjagende machinerieën die giftige gassen en vuur braakten. Het deed zich aan me voor als een profetie. Wat gaat deze nieuwe eeuw ons allemaal brengen? Wat zou ik nu graag enkele geruststellende woorden van u horen.

In de hoop dat ik vandaag of morgen eindelijk een bericht van u mag ontvangen teken ik met de meeste hoogachting,

Maurice

10 oktober

Mademoiselle Beatrice,

Deze middag zijn wij overgevaren naar Tanger. Welk een enorme indruk maakt het om van Europa in deze exotische wereld terecht te komen. Hier is alles anders. Allereerst dank voor de brieven die mij bereikten juist voor wij aan boord gingen. Onderweg naar u zijn nu de brieven die ik u schreef in de dagen dat ik mij niet wel voelde. Ik smeek u deze brieven als niet geschreven te beschouwen. Het was de koorts die mij van streek maakte en inmiddels gaat het aanmerkelijk beter.

De aankomst in Tanger deed even mijn adem stokken. Laat ik trachten om mijn indrukken weer te geven. Allereerst is de atmosfeer hier geheel anders. Ondanks de oktobermaand is het nog heet en droog. Dan de aankomst bij de kade, overal waren mannen in lange gewaden, alsof zij nog meespelen in de verhalen van Sherazade. Het is een gebrabbel en geschreeuw vanjewelste, een pandemonium van verkopers, schenkers van zoete thee, sjouwers en wat niet al. Men moet hier goed op zijn bezittingen letten, want er zijn hier dieven die het liefst van de Europeaan willen stelen. Nog voor we bij de kade waren, klommen er al kerels aan boord die watervlug overal doorheen liepen. Cross was al zijn horloge kwijt nog voor we aanlegden.

Het gevaarlijkst zijn nog de sujetten die zich als je beschermer voor proberen te doen, zo vertelde Cross, want zij zijn de grootste dieven. We zijn na de aankomst meteen naar het gezantschap gegaan waar wij van harte werden verwelkomd. Via de gezant kunnen wij aan enkele betrouwbare kerels komen waaronder een tolk. Dat laatste is beslist nodig, want de wereld is onbegrijpbaar als men zich niet kan verstaan.

De Belgische schilder heeft ook een toestel voor fotografieën bij zich. Daarmee legt hij sluiks beelden vast van het leven op de straten en de pleinen. Het schilderen van mensen is hier moeilijk, daar zij zich vanwege hun geloof niet wensen te laten vastleggen. Alleen vrouwen van bedenkelijk allooi laten hun principes varen en willen model staan. Maar daar voelen de heren schilders weer niets voor, en daar kan ik ze geen ongelijk in geven.

Bijna ongemerkt gaat het elke dag iets beter met Bertrand, hij is niet meer het zielige hoopje mens dat gekreukeld bij de pakken neerzit. Integendeel, hij geniet het meest van deze exotische omgeving. Voorlopig zullen wij nog wel in Tanger verblijven, daar een verblijf voor een Europeaan buiten de veiligheid van deze stad zeer gevaarlijk kan zijn.

Uit gesprekken met de gezant bleek ons, wat Cross ons onderweg ook al had verteld, dat de wegen en nederzettingen, veelal niet meer dan een verzameling tenten, buiten de stad bevolkt worden door stammen die zeer woest zijn. Er zijn onderlinge vetes en strijd om het bestaan. Voor het doden van een ongelovige, zoals wij hier toch gezien worden, deinst men niet terug.

Uw brieven zijn mij zeer dierbaar. Uw beschrijving van uw gevoelens doen mij verlangen naar uw nabijheid. Maar dit land is niet geschikt voor een dame die u toch bent.

Met hoogachting,

Uw Maurice

25 december,

Cher Mademoiselle Beatrice

Gisteren ontving ik uw brieven via het gezantschap en het was een bijzondere blijde gebeurtenis op de dag van de kerstviering, waar hier weinig van te merken is. De kerstdag vandaag gaat hier in dit morenland voorbij eender wat voor andere dag in het jaar. Wat mis ik toch mijn thuis, waar ik zoveel dichter bij u zou zijn. Een voor een heb ik uw brieven gelezen en herlezen en weer herlezen.

Gelijk bij u is mijn genegenheid voor u alleen maar groter geworden. Uw medeleven met mij deden mij goed. Waar u schrijft dat u mij had willen bijstaan in het uur van mijn inconveniëntie, dat u uw koele hand op mijn voorhoofd had willen vleien en mij geruststellende woorden had willen toefluisteren, daar stokte mijn lezen telkenmale, eraan denkend welk een genot dat zou zijn geweest.

Dat wij door dit schrijven zulke vriendschap en genegenheid hebben kunnen opbouwen schenkt ook mij veel genoegen, neen, veel meer dan dat. Dat u mij vraagt om mij minder van rangen en standen aan te trekken doet mij aarzelen. Wat zouden uw ouders er van gevonden hebben indien u kennis met mij heeft? Zouden ze me zelfs niet eens een parvenu gevonden hebben? Uw maatschappelijke positie en alles wat daarbij hoort, staat ons waarachtig in de weg. U zegt dat wij allen mensen zijn, allen aan elkaar gelijk en dat liefde zelfs de grootste afstand kan overwinnen, zoals ook onze brieven de afstand tussen continenten kan overbruggen.

Indien u geen welstand zou hebben, niet tot een andere klasse zou behoren, ik zou geen moment aarzelen en u terstond het hof maken op de beste manier die ik mij zou kunnen indenken. Maar de smet op uw reputatie die thans zou kunnen ontstaan indien u zich met mij zou inlaten doen mij aarzelen. Hoe makkelijker zoude het geweest zijn als niet u maar ik in uw positie had verkeerd.

Wie kan mij, behalve uzelf, hierin raden? Met Bertrand wil ik hier niet over spreken, zeker ook omdat hij slechts de draak met mij zou steken. Zo dichtbij voel ik me nu bij u, terwijl ik dit alles vrijmoedig met u schrijven kan, zelfs al verblijven wij thans op verschillende continenten, maar ik voel ook de immense afstand die mogelijk nimmer overbrugd kan worden.

Vergeef mij dat ik thans wat minder over de barbaren schrijf. Mijn liefde voor u bezorgen me een gelukzaligheid nu ik lees in uw brieven dat hij beantwoord wordt, maar tevens voel ik ook de zoete pijn van het gemis. Nog erger wordt het als ik bedenk dat ik nooit goed genoeg voor u zal zijn. Ik bid dat ik tot klaarheid kom.

In genegenheid,

Uw Maurice

Boston, august 2 1944

2 Mullback Drive

Lieve Beatrice

In deze laatste episode van mijn leven schrijf ik je, na al die jaren. De laatste keer wist ik niet of mijn brieven bij je zouden aankomen, en ook nu schrijf ik in de onzekerheid of deze woorden je zullen bereiken. Gisteren stond hier in de krant een foto van onze jongens bij jouw woning en de berichtgeving over het verloop van de strijd. Het moest nog wel jouw woning zijn, want alles ziet er precies zo uit als toen. Hoe onwaarschijnlijk was het niet dat juist die foto in de krant terecht was gekomen? Ik zag het als een vingerwijzing van de Goden. Ik liet mijn vingers gaan over de afbeelding en alle gebeurtenissen van bijna veertig jaar geleden gingen door mijn hoofd.

Er ligt een leven achter ons en ik voel de behoefte om je te vertellen van het mijne na die gebeurtenissen destijds. Ik spreek vrijuit, dat is het voorrecht van het ouder worden. Daarbij, de wereld is zoveel anders dan toen.

Ik kan slechts gissen naar hetgeen je neef Bertrand je over de gebeurtenissen van destijds verteld heeft. Nu vertel ik in ieder geval mijn kant van het verhaal. Op de avond van de jaarwisseling, waarin we 1906 binnen waren getreden, waren we te gast op het gezantschap. De hele dag was Bertrand in een zeer onaangename stemming, ik had eerst geen idee wat hem bezielde. Toen we na de bijeenkomst met landgenoten op het gezantschap naar huis wandelden voer hij tegen me uit. Hij had de onbeschaamdheid gehad om jouw brieven die aan mij gericht waren te lezen en hij was bijzonder onaangenaam getroffen toen hem bleek dat we gevoelens voor elkaar koesterden. Hij vroeg zich af welke ideeën ik me in mijn hoofd had gehaald door jou het hoofd op hol te laten slaan.

Hij noemde me een schurftige hond, een ploert en wat niet al. Hij zou meteen een eind maken aan deze geschiedenis. Ik moest niet denken dat ik me in de familie kon dringen en dan beslag kon leggen op het geld enzovoort enzovoort. De korte wandeling van het gezantschap naar ons appartement was een hel. Ik kon helemaal niets inbrengen tegen wat hij me allemaal in zijn woede toeschreeuwde. Ik was verpletterd. Ten eerste was er de onbeschrijfelijke grofheid van het lezen van andermans post die ik niet van hem verwacht had. Wat een gebrek aan innerlijke beschaving. Daarnaast waren er die aantijgingen die als een salvo op mij afgevuurd werden die mij sprakeloos maakten. Maar het ergste was nog wel dat zijn vriendschap helemaal geen vriendschap bleek. Hij zag me inderdaad als een hond die trouw moest zijn en niet dezelfde rechten had als hij. In zijn ogen was ik nu een valse hond die hem gebeten had en die onbetrouwbaar geworden was. Net zoals je je van het een op het andere moment van een hond kon ontdoen, zo ontdeed hij zich nu van mij.

De tolk die ons escorteerde werd door hem naar het gezantschap gestuurd met de boodschap dat niemand mij meer te woord moest staan. Hij ontzegde mij de toegang tot het appartement en liet mijn bagage op straat zetten. Zonder jouw brieven overigens, die hield hij achter. Daar stond ik in het donkere Tanger en ik had geen idee wat ik moest doen. Ik had geen geld en de nachtelijke straten van Tanger waren in die dagen notoir onveilig voor een westerling. Voor hetzelfde geld betekende zijn actie een doodvonnis voor mij.

Gelukkig voor mij kwam de tolk kort nadien weer terug en deze ziel bood me meteen onderdak aan in zijn huis. Daar was ik in ieder geval veilig en kon ik op adem komen. Het koste me moeite om te denken, zo gehavend was mijn ziel. Ik heb me die nacht opgerold in de houding van een foetus. En wie weet was dat wel heel toepasselijk omdat ik het gevoel had dat ik opnieuw geboren moest worden. In de dagen daarna nam ik een aantal beslissingen. Ik wilde niet meer terug naar huis. Ik vond het onverdraaglijk dat ik in je buurt zou zijn en toch niet in staat om je te zien of te spreken. Want het was me duidelijk dat dit niet meer mogelijk was. De hindernissen om geliefden te worden waren nu nog onoverkomelijker dan ik me al voorgehouden had. Ik wilde naar een plaats waar alles nieuw was en me aan niets meer deed herinneren waar ik in zo een korte tijd een hekel gekregen had. De rangen en standen en de valse beschaving, het kon me allemaal gestolen worden. Ik wilde naar Amerika.

Met behulp van de tolk kon ik wegkomen. Hij betaalde een bevriende visser om me op een gammele boot naar het Spaanse vasteland te brengen. Het laatste stuk moest ik door de zee naar de kust waden. Het lukte me daarna om op Gibraltar te komen waar ik uiteindelijk kon aanmonsteren op een schip dat via Zuid-Amerika naar de Verenigde Staten voer. Ik was aan boord niet meer dan een zwabberaar en het kokshulpje, maar ik voelde me beter dan ooit. Ik realiseerde me, als ik over het grote lege water van de Oceaan keek, dat ik waarschijnlijk altijd instinctief gevoeld moet hebben dat mijn vriendschap met Bertrand onecht was. De oorzaak lag natuurlijk ook deels bij mijzelf. Als zoon van een referendaris voelde ik mij beter dan mensen met een lager aanzien en keek ik op tegen mensen met meer aanzien. Als dat in vriendschappen een rol speelt kan die vriendschap nooit echt zijn. Al die oude zaken verdwenen voor mij zoals het sop van de kielzog zich oploste aan de einder.

Aan boord van het schip deed men niet aan vriendschappen. Het was een verzameling van zonderlinge types en rouwe bonken. Ik denk dat de meeste wel wat op hun kerfstok hadden en men hield er om die reden niet zo van dat er al te veel gevraagd of gesproken werd. Als er al wat gesproken werd ging dat over vrouwen en drank. Natuurlijk werd ik op mijn beurt ook als een zonderling gezien. Een fat met weke handen die het dek schrobde, die moesten ze natuurlijk hebben voor hun grappen. Ik klaagde nooit als ze voor de zoveelste keer mijn emmer omver schopten of over mijn hoofd leegden. Op den duur hoorde ik er gewoon bij en liet men mij met rust.

Na weken kwam ik aan in mijn nieuwe vaderland. Het is me goed gegaan. Het is inderdaad een land van duizend mogelijkheden en weinig onmogelijkheden. Het maakt hier niet zoveel uit wie je vader was of waar je vandaan komt. Het gaat hier om aanpakken en kansen gebruiken. Als je hier een keer failliet gaat, is dat geen schande, eerder wordt er dan met respect gesproken als je je daar weer bovenuit weet te werken.

In de eerste jaren heb ik geschreven met mijn moeder. Ze hield me op de hoogte van wat er gebeurde op het oude continent. Zoals je wellicht weet is mijn vader niet lang na mijn vertrek overleden. Ze was blij dat ik niet daar was toen de grote oorlog er woedde. Al die jonge mannen die zich als vee naar de slachtbanken lieten voeren. Al dat zinloze doden en gedood worden op een schaal die de wereld daarvoor nog nooit gezien had. En waarvoor? De mensen hebben er niets van geleerd, er woedt nu een nog groter wereldbrand met nog meer vernuftige machines die nog beter doden kunnen.

Weet je nog dat ik je dat een keer in een brief geschreven heb, dat ik koortsig droomde van een wereld die onleefbaar aan het worden was door machines die vlammen en gas braakten? Hoe waar is dat geworden. Vanzelfsprekend berichtte mijn moeder mij ook over het sneuvelen van Bertrand en een aantal anderen die ik gekend heb. Het spijt mij zeer dat hem dat is overkomen. Want ondanks alles droeg en draag ik hem geen kwaad hart toe.

Toen ik gisteren in de krant de foto van jouw familiehuis zag moest ik er natuurlijk ook aan denken hoe het zou zijn geweest als jij en ik wel in liefde hadden kunnen samenleven. We kunnen niet weten hoe dat zou zijn geweest, lieve Beatrice. We weten niet of geluk ons deel was geworden. Wel weet ik dat mijn huidige welstand geen beletsel meer zou zijn.

Bij het ouder worden ga je terugkijken op het leven zoals dat zich aan je heeft voorgedaan. Je ziet je vergissingen, de zaken waarin je tekort geschoten bent en de dingen waar je tevreden over bent. Gisteren moest ik ook weer terugdenken aan een gesprek dat ik met die schilders had op weg naar Tanger. Je kunt alleen betekenisvol leven voor jezelf. Alles wat je doet om indruk op anderen te maken, of dat nu een gedicht, een schilderij of liefdadigheid is, is als schrijven op water. Niets is blijvend, er is alleen het moment waarop je leeft en waarin je kunt besluiten om de juiste dingen voor jezelf en anderen te doen. De pogingen om iets te doen of te maken wat je doet voortleven nadat je er niet meer bent zijn niet meer dan rimpelingen die overgaan in andere rimpelingen. En dat is eigenlijk maar goed ook, anders zou de lucht bezwangerd zijn met de boodschappen van hen die er al lang niet meer zijn.

Nu de frontlinie zich waarschijnlijk al weer veel verder bevindt is er een kans dat deze brief bij je gaat aankomen. Ik neem aan dat er een goede kans is dat jij het nog steeds bewoont. Ik groet je in genegenheid, lieve Beatrice, Adieu

Maurice