Meanderende gedachten in het avondrood (3)

Gefascineerd kan ik kijken naar de debatten in de Tweede Kamer. Ik deed dat, zo gauw het kon, al jaren. Maar de laatste tijd is dat bijzonder makkelijk geworden met de komst van de integrale uitzendingen via Internet en digitale televisie. Ik volg het altijd via Internet, want ik hou niet van de techniek die bij digitale televisie komt kijken. Zo’n decoder stelt je in staat om loepzuiver naar alles te kijken, maar tevens kunnen de aanbieders van deze dienst precies zien wat jij kijkt via die kast en daar hou ik niet van. Dat diezelfde aanbieders op grond van IP-adressen ook precies kan zien wat ik zie maakt dat het eigenlijk een onzin argument is waarom ik geen digitale televisie kijk. Enfin, waar het om gaat is dat ik de politieke debatten in de Tweede Kamer volg.

Over parlement en staat gaan mijn bespiegelingen. Allereerst ben ik blij dat allerlei spanningen in de samenleving en uiteenlopende visies op die samenleving uitgevochten worden in het parlement door mensen die we daarvoor hebben ingehuurd (door middel van verkiezingen). Stel dat we ditzelfde richting bepalende proces zouden laten plaatsvinden door geweld in de straat, dan zou dat de samenleving niet ten goede komen. We zien daarvan genoeg voorbeelden in de wijde wereld om ons heen. Iedereen die in zulke gevallen achterlijk genoeg is om een geweer vast te houden heeft met dat geweer een ‘argument’ in handen waarmee men een ander de mond kan snoeren. En het is vaak niet de bloem van de natie die het eerst naar de wapens grijpt. Voor de mensen die het nog niet helemaal met me eens zijn verwijs ik graag naar boeken over de nasleep van de Franse revolutie en elke ander evenement daarna waarbij men via geweld en terreur de samenleving in een bepaalde richting probeerde te krijgen.

Dat gezegd hebbende is er wel veel aan te merken over het parlementaire proces zoals we dat in Nederland kennen. Allereerst hebben we naar mijn smaak weinig grote debaters die vanuit een heldere elementaire visie op de staat zegt waar het allemaal om gaat. Natuurlijk kennen we het onderscheid tussen links en rechts en vanuit vage noties wat dit betekent wordt gesproken en geluisterd in de politieke arena. Deze onhelderheid geeft vaak de indruk van ‘vliegen afvangen’ en het uiteindelijke resultaat is dat de bevolking niet echt weet (voor zover men de bevolking als één amorfe massa zou kunnen kenschetsen) waar het over gaat.

Mij lijkt het dat de centrale vraag die allereerst beantwoord moet worden voor je iets in de politiek wil gaan doen is of je vindt dat de staat zich met zo weinig mogelijk moet bemoeien of dat je vindt dat de staat zich met meer dan de meest basale dingen moet bemoeien. Laat ik meteen zeggen dat ik vindt dat de staat zich tot de meest minimale en elementaire zaken moet beperken. Zo dient er een diplomatieke dienst te zijn die zich verhoudt tot andere staten in de wereld. Een ministerie voor defensie zorgt voorde middelen die nodig zijn als diplomatie er niet uit komt. Daarnaast dient de staat veiligheid en juridische orde (uitgangspunt is daarbij het document van de verenigde naties betreffende de rechten van de mens) voor haar onderdanen te waarborgen. En omdat Nederland in een delta van rivierenland en deels onder de zeespiegel ligt is een ministerie van land en waterhuishouding ook niet mis. Dan zijn er nog drie ministeries nodig: Onderwijs, gezondheidszorg en financiën. En daarmee hebben we het in mijn ogen wel gehad. Al het andere schaffen we snel mogelijk af. Dat we daar een paar jaar over doen neem ik voor lief. We zijn namelijk ver af geraakt van de staat zoals Thorbecke die voor ogen stond bij het inrichten in 1848. Daarin hoort de autonomie van elk individu tot het uiterste gewaarborgd te zijn.

Ik weet dat een heleboel mensen het hier niet mee eens zijn. De zwakken en die zieligen moeten niet alleen basale bescherming genieten, ze moeten door middel van inkomensherverdeling ook nog een steun in de rug krijgen, zo zal men zeggen. Ik gun iedereen het beste, maar het is de vraag of die zwakken en de zieligen beter af zijn als de staat er zich mee bemoeit. Als we alle diensten in gezamenlijk overleg zo klein mogelijk houden kan de belasting drastisch omlaag. Als iemand zich geroepen voelt om van de extra netto inkomsten iemand die het zwaar heeft het leven te verlichten dan heb ik daar hoge achting voor.

Anderen zullen zeggen dat de ministeries van onderwijs & wetenschap en die van gezondheidszorg heel veel geld kosten zodat we er al met al niet veel mee opschieten. Ik zeg daarop dat onderwijs en wetenschap zich met de waarde van diploma’s moet bemoeien en controleert of de opleidingen aan de eisen voldoet. Voor de rest is onderwijs van het particulier initiatief afhankelijk. Het ministerie van gezondheidszorg voorkomt dat er epidemieën ontstaan en waarborgt de eerste hulp en verder zijn er alleen maar privé-klinieken die zaken doen met verzekeringen. In plaats van al het rondpompen van geld waarvan de gunstige invloed zeer betwist kan worden gaan we de directe en indirecte belastingen verlagen en houdt iedereen meer over.

Wat ik zal missen zullen de grappige debatten zijn in de Tweede Kamer. Nou ja, debatten….