Het was een mooie zonnige dag toen ik Hitler in de badkamerspiegel ontwaarde. Het is natuurlijk, dat mag duidelijk zijn, een vreemde zaak als je niet je eigen gezicht in de spiegel ziet, ik bedoel, wat zeggen de buren als je er uit ziet als Hitler? Ik grimaste naar de spiegel en Hitler grimaste terug.
Hitler keek me aan met zijn treurige en vermoeide ogen. Intuïtief voelde ik dat hij me meer wilde zeggen. Ik trok wat gekke bekken en zag Hitler met gezichtsuitdrukkingen zoals anderen ze nog niet gezien hadden. Ik maakte koddige danspassen en Hitler danste me na. Toen begon ik me pas zorgen te maken over de reacties van de mensen op straat. ‘Sorry jongen, hoewel Stalin meer bloed aan zijn handen heeft, zou ik nog beter als hem de straat op kunnen dan als jij. Ik moet zo meteen toch echt wat boodschappen doen. Hoe ga ik dat oplossen?’
Ik stond even later voor de kapstok en zette een geruite pet op met een koddig bolletje erop. Ik controleerde het resultaat in de grote spiegel in de hal. Nu pas zag ik ook dat ik geheel in militair tenue was gekleed. ‘Waarom ben je je niet heel bescheiden blijven opstellen als een wijze staatsman? Waarom die enorme megalomanie?’ Ik trok een windjack aan om de militaire look wat aan het zicht te onttrekken. ‘Het is natuurlijk ook die snor. Dat is op zich een ijzersterk handelsmerk. Je hoeft maar een teddybeer zo’n snor op te plakken en je hebt meteen een fascistische teddybeer.’ Ik plakte een pleister op mijn bovenlip om de snor weg te moffelen. ‘En misschien dat je niet eens in ’38 had hoeven doodgaan. Als je in 1940 je veroveringen had gemaakt en je had daarna gezorgd dat het bestuur en de economie in orde waren gekomen, dan hadden we nu allemaal in dankbaarheid teruggekeken op al die goede daden die je gepleegd had. Tenslotte schrijft de overwinnaar de geschiedenis, nietwaar?’
Ik liep naar buiten en voelde me houterig en stram. Bij de kassa van de Albert Heijn kon ik niet goed uit mijn woorden komen. De caissière keek me ongeïnteresseerd aan. Best kans dat ze je niet eens herkende. Misschien herkende ze je wel, maar interesseerde het haar gewoon niets. Ik moest me halverwege de weg terug naar huis vasthouden aan een hek om niet weg te waaien met de sterke wind.