Gods Aanklager

Ik belde aan bij God en was klaar om hem ter verantwoording te roepen. Al de misdaden die in zijn naam gepleegd worden. Het was een schande, zo zei ik hem. 

Je bent bij mij aan het verkeerde adres. God zei het zonder omhaal, zonder moeilijke woorden en, dat verbaasde me nog het meest, geheel zonder kerkelijke galm. De zeloten van de Islam, de kraaien van Gristus, de engerds die geboden opleggen aan anderen uit mijn naam, zij zijn het die je moet aanklagen. Terwijl er liefde en geborgenheid kan zijn, worden er banvloeken en belachelijke fatwa’s uitgesproken door vergiftigde tongen. Geniet van de liefde, van de streling van een warme avondbries en van een mooie droom. Mijn dak is de hemel en de bloemen zijn mijn kathedralen. Negeer de schreeuwers van de minaretten en lach om de prelaten die met goud behangen de armoede preken.  

Het eind van de Kunst in Nederland

Zodra de eerste berichten kwamen dat er minder subsidie naar ‘de kunst’ zou gaan kreeg in menig actualiteitenprogramma op radio en tv dit onderwerp een plaatsje toebedeeld en mochten kunstenaars zeggen dat bezuinigen een daad van barbarij was. Er is naar ik meen zelfs een hele avond besteed op een tv-kanaal over dit onderwerp waarbij kunstenaars op ‘indringend bedoelde wijze’ poneerden dat ‘het licht zou uitgaan’ als de regering zou bezuinigen op ‘de kunst’. Ik zeg dit met een slag om de arm, want ik heb wel de vooraankondiging gezien van deze noodkreet op televisie, maar kon het, zoals velen met mij, niet opbrengen om er naar te kijken.

Het eerste wat me verwonderde was de afwezigheid van de vermeende slachtoffers in de voornoemde actualiteitenprogramma’s, dat wil zeggen het gedupeerde publiek dat zijn verontrusting liet blijken. Het waren voornamelijk de aanbieders van de kunst die riepen dat het licht zou uitgaan. Dat is op zijn minst een beetje curieus. Het tweede wat me inviel was de vraag of kunst zonder subsidie niet kon bestaan. Wat te denken van Van Gogh, Rembrandt, Mozart of Bach? Subsidie uit de staatskas is een betrekkelijk nieuwerwets fenomeen en de kunsten bestaan toch al wat langer dan dat.
De staatssecretaris is betrekkelijk voorzichtig met zijn plannen. De strekking van zijn boodschap is dat er toch enige belangstelling vanuit het publiek moet zijn om staatssteun te rechtvaardigen. Maar van zo’n stellingname heb ik een van de kunstenaars het schuim rond de mond zien krijgen op de televisie. “Moeten we dan constant bezig zijn het publiek te behagen?”, zo was zijn retorisch bedoelde vraag. De journalist, die op andere momenten zo zijn best deed om kritisch te zijn, lachte wat schaapachtig en vroeg niet door. Een vraag had kunnen zijn of het een overheidstaak is om geld te verschaffen aan kunstenaars die zich ten doel hebben gesteld om het publiek te irriteren.
Een andere invalshoek van de redactie van het actualiteitenprogramma had kunnen zijn (even nazoeken jongens, de wereld houdt niet op voorbij de grens) hoe het met De Kunsten is gesteld in landen waar geen subsidie wordt verstrekt en er toch vrijheid is. Ik ben geen deskundige, maar ik heb me laten vertellen dat het in sommige landen erg goed gaat met De Kunsten zonder dat er subsidie aan te pas komt. Hoe zouden de voorvechters van subsidie voor De Kunst daarop reageren?
Achter elke subsidieregeling zitten commissies die bepalen wie er wel en wie er niet wat krijgt. Mogelijk dat dat de reden is dat subsidies voor De Kunst zo’n remmende invloed hebben op datgene wat er toe doet. Voor 1 kunstidee in een kunstenaarshoofd zijn minstens 5 commissieleden nodig om te bepalen of het geschikt is voor subsidie. In het curriculum van kunstopleidingen (what ever that may be) wordt tijd ingedeeld om subsidies te verkrijgen. Wat heeft dat te maken met geniale grootse meeslepende kunst?
Misschien dat het afschaffen van de subsidies een bevrijdende werking heeft. Echte geniale invallen hebben geen commissie van subsidietoewijzing nodig, integendeel zelfs. Het moet iedereen vrij zijn alles te maken en alles te verzinnen wat men wil. En niemand moet verplicht zijn er een bijdrage aan te leveren. De staat is niet bedoeld om de ene soort kunst te bevoordelen boven de andere en dat is al reden genoeg om alle subsidie af te schaffen.

Lees ook:Weg met de kunstcommissies

De ware Nederlander

Let u even op de datum waarop deze pagina is aangemaakt. Voor ‘the record’: maandag 3 augustus 2009. Ik begin er maar mee om aan te geven dat dit bericht geen reactie is op een actualiteit of een reflectie op iets uit het verleden. het is een gedachte over iets wat onontkoombaar is in mijn ogen; De beschuldiging dat sommigen onder ons geen ware Nederlander zouden zijn.

Ik moest er aan denken toen ik vanochtend met plezier enkele Spaanse nummerborden zag met een Europees teken erop. U kent dat wel, zo’n blauw stukje met een rondje gele sterren en daaronder de landsaanduiding. Ze stonden gebroederlijk tussen de Nederlandse auto’s die ook datzelfde blauwe stukje hadden.

Ik voel me Europeaan. Van mij kan Europa niet ver genoeg gaan. Gekozen president? Meteen doen! Een krachtig Europarlement? Jawel, een must! Een eenduidig Europese buitenlandse politiek en aanpalend defensiebeleid? Niet dralen, morgen beginnen met de verdragsteksten. Als basis van dit vanzelfsprekend een Europese grondwet.

Ik schrijf dit in een tijd dat een pro-Europees standpunt niet bijster populair lijkt te zijn. Dat is zacht uitgedrukt. Een pro-Europees standpunt is verdacht.

Hier komt mijn voorspelling: Nog even en een pro-Europees standpunt zal zo verdacht worden dat het gelijk staat aan verraad. In de ogen van velen en hun ophitsers zal ik verraad plegen aan het ‘Ware Nederlanderschap’. Mijn stamboom staat vele generaties terug in de Nederlandse bodem geworteld. Maar dat zal me niet vrijwaren van de beschuldiging dat ik Nederland verkwansel. Ik moet tegen Europa zijn, voor een Nederland wat van vreemde smetten vrij is.

Het doet mijn zaak natuurlijk geen goed dat ik het multiculturele Europa een goede zaak vind. Ik geniet van mijn stad waar minstens veertig culturen wortel hebben geschoten. Ik ben trots op de geschiedenis van mijn land waarbij Spinoza hier een vrijhaven had, evenals al die andere verfrissende invloeden van buitenaf.

Ik vind de hitsers (van welke snit dan ook) die nihilistisch in hun eigen schuttersputjes mentaal zitten te beschimmelen een soort pest die een grauwe deken over het intellectuele landschap legt.

Deze tekst op deze plaats zal misschien ooit niet meer vrij geschreven kunnen worden. Want alleen de Ware Nederlander zal nog maar zijn voorgeschreven riedel mogen uiten. Let op de kranten van de komende jaren: Het worden benauwde tijden.

(PS: Heeft u in mijn stamboom gezien dat er ook vorstelijk bloed in mijn aderen stroomt? Ach, ik blijf er bescheiden onder.)