Aan hen die vielen

Sorry, ik moet door, er is geen andere keus. Het slachtofferschap heeft me nu te lang geduurd, ik was er jaren door bevroren. Als een serpentenvel schuif ik alles van me af. Bekneld te blijven zitten is een misdaad. Vandaar dat ik zeg; ik moet door, er is geen andere keus. En het is omdat ik van je hou dat ik zeg, doe jij het ook; Gooi het van je af, als je blijft omzien verander je in een zoutpilaar.

Mocht ik mezelf ooit eens terugvinden, gevallen op de grond in hulpeloze pose, na een moment van onachtzaamheid ….  Geef ik mezelf lachend een schop, zo maar voor mijn kont. En tref ik jou hulpeloos kermend aan in het voorbijgaan; Het beste wat ik dan doe is vrolijk verder gaan, en hetzelfde aan jou te adviseren. Wat zou ik anders moeten doen?

Ik wil leven en ik wil scheppen. Al schrijf ik nog maar 1 gedicht, ooit, waar iemand door is geroerd. Dan is het allemaal geslaagd. En nu ga ik voort, er is geen andere keus. Het slachtofferschap heeft me te lang geduurd. Als een oude huid werp ik het weg. En ik zeg het ook aan jou, ga door, er is geen andere keus. En voor hen die vielen en willen blijven liggen schreef ik dit gedicht.