De bibliotheek
‘Weinig mensen begrijpen de magie van juist gekozen woorden. Ik heb liefdesbrieven geschreven aan tweehonderd-negenenveertig vrouwen. Ik was er goed in.’
Lazlo Ukelo zei dit zowat als eerste tegen me en een ding is zeker; Hij had meteen mijn aandacht. Maar voor ik het verhaal van Lazlo vertel ontkom ik er niet aan om uit te leggen hoe het kwam dat we met elkaar in gesprek raakten en waar dat was.
De statige bibliotheek was mijn toevluchtsoord. Mijn verblijf tussen de boeken, aan de leestafel met rondom mij lezende mensen bracht troost. Als ik aan een ding behoefte had was het troost. Als je elke dag in dezelfde bibliotheek komt dan valt het je na verloop van tijd op dat er mensen zijn die er ook elke dag zijn. En na verloop van tijd ga je je afvragen met welke reden die andere mensen er altijd zitten. Je kunt zeggen dat mijn leven daar weer opnieuw begon. Ik had me lang niets afgevraagd als ik andere mensen zag.
Na de dood van Michael kwam ik de eerste weken tot niets. Ik bleef in mijn bed liggen en stond alleen op als ik echt moest. Ik maakte mijn rondje langs de badkamer en de koelkast en dan weer terug naar bed en moest dan bijkomen van die enorme reis in mijn microwereld waarbij elk voorwerp en elke geur me pijnlijk herinnerde aan dat wat ik kwijt was. Ik was uitgehuild. Ik was uitgeleefd. Er was alleen een grijze wereld. Elke seconde tikte als een oneindige marteling.
In romantische films is er na verloop van tijd altijd wel een goede bekende die de tragische heldin, als ze denkt uitgeleefd te zijn, met een krachtig of onbeholpen woord weer een beetje op de rails zet. Er zal ongetwijfeld heus wel iemand langs zijn gekomen. Mensen zullen wel geprobeerd hebben om me te bellen, maar ik hoorde niets. De enige keer dat ik in de gang bij het toilet stond en wel opendeed toen er gebeld werd, was het een bezorger van een pakketje van de buren. Ik deed zonder wat te zeggen of te doen de deur weer dicht voor die verbaasde ziel.
Gek hoe een mens ineens zin in een kop koffie kan krijgen. Ik kon er niet toe komen om zelf koffie te maken. In mijn leven voor De Grote Ramp zette Michael altijd koffie. En Jesus Mina, hij kon koffie maken. Ik kon nooit doen alsof ik dezelfde magische handelingen als hij zou uitvoeren in de keuken. En zodoende kwam ik in actie. Ik ging naar de bibliotheek om daar koffie te drinken. Het was de enige plek die ik kon bedenken waar geen zielsnijdende muziek zou klinken zoals in een café of zo. Het zou er rustig zijn. Niet onbelangrijk, Michael had me gesuggereerd om naar de bibliotheek te gaan omdat het, zo schreef hij, een plaats van troost voor mij kon zijn.
Van die eerste keren weet ik me niet te herinneren hoe ik in de bibliotheek geraakte. Ik zette de ene voet voor de andere, meer niet. Toen ik die eerste koffie dronk voelde ik honger. Ik zag croissants en die bestelde ik met een tweede koffie. Daarna heb ik mijn ene voet weer voor de andere voet gezet en belandde ik weer in bed. Tot de andere ochtend. Alsof ik het afgesproken had met mezelf ging ik weer naar de bibliotheek. Ik dronk koffie en at croissants. En al dacht ik er zo niet over, ik dacht eigenlijk helemaal niets toen, begon de hartslag van mijn leven weer na wekenlange afwezigheid. Heel aarzelend, maar er klopte weer wat.
Wekenlang was dit het enige waar ik toe in staat was. Toen, op een ochtend net voor ik eigenlijk gewoon was om weg te gaan pakte ik een boek en ik ging zitten aan een van de leestafels. Ik wilde niet per se dat boek, noch had ik de intentie om te gaan lezen. Ik wilde misschien voelen hoe het was om daar in die rustige leeszaal te zitten met een boek tussen die andere mensen. Ik weet het niet. Ik sloeg het boek open en bekeek mijn gevoel. Ik weet niet hoe lang ik zat met dat boek. Het kan uren zijn geweest of tien minuten.
De volgende dag wilde ik daar met een boek zitten dat ik ook zou lezen. Zonder dat ik het wist was ik bezig met stapjes te zetten vanaf de glibberige rand van de ijsschots die leven heet naar het midden waar ik weer iets meer vastheid onder mijn voeten zou voelen. later zou Lazlo zeggen dat niets toevallig is. Maar het was voor mij toen nog toevallig dat ik een dichtbundel in mijn handen had. Ik had altijd gedacht dat ik dichtbundels verafschuwde. Misschien doe ik dat nog. Maar op dat moment was dat gedicht mijn anker wat ik kon bevatten. Niet in één keer. Mijn ogen gleden over de regels zonder dat ik besefte wat er stond. Ik las de regels, ik zag de woorden. Niets ervan drong tot me door. Ik begon opnieuw met lezen met hetzelfde resultaat.
Ergens op dat moment hield ik op een vlot te zijn wat zich maar liet meevoeren op de stroom. Er ontstond een wil om dat gedicht te lezen en te weten wat ik las. Na ontelbare keren was ik nog niets verder. Ik kon alleen maar de woorden zien die achter elkaar waren geplaatst. Ik sloeg het boek dicht en opende het weer. Voor het eerst sinds de begrafenis van Michael was er weer een innerlijke stem in me. ‘Meisje, je gaat pas weg als je weet waar dat verdomde gedicht over gaat.’ Ik was verrast die wilskrachtige stem weer in mezelf te horen. De stem die me zo vaak begeleid had en waarvan ik nu besefte dat die zo lang weg was geweest.
Het lukte me niet voor sluitingstijd om het gedicht te begrijpen en ik werd, samen met de andere late blijvers, naar buiten gestuurd. Het was al donker toen ik naar huis liep. Ik hoorde de mensen, ik hoorde het verkeer. Ik zag een vader die een ruk gaf aan een arm van een klein meisje. Ik zag het meisje gaan huilen. Ik zag de ademwolkjes uit de monden van de mensen komen die door de avond liepen. ‘Ja, je leeft weer,’ zei mijn innerlijke stem. Mijn spieren in mijn gezicht deden zeer van de glimlach.
Ik ging vroeg naar de bibliotheek om meer tijd te hebben voor dat boek. Ik was er eerder dan wie ook. Na een kwartier wachten was ik de eerste die naar binnen mocht. Er was nog geen koffie. In mijn routine pakte ik dat boek en begon met kwaadheid te lezen. Waarom weigerde dat stomme gedicht in mijn kop te komen? Had ik het wat misdaan? ‘Je bent altijd een beetje kranky als geen koffie hebt gehad,’ voorzag mijn innerlijke stem De Situatie van commentaar. Ik grimlachte. Mijn gezicht deed geen pijn toen ik dat deed.
Het gedicht moest met zijn betekenis in mijn hoofd. Al zou het duren van opening tot sluitingstijd. Ik was als eerste om koffie te nemen toen het er was. Daarna keek ik weer naar het gedicht en liet mijn ogen over de regels gaan in de gangbare volgorde.
Toen was daar de stem van Lazlo Ukelo. Heb ik al gezegd wat hij als eerste tegen me zei? Dit is wat hij echt het eerste vroeg:
‘Is de koffie vandaag een beetje te drinken.’
Ik moet een beetje sullig hebben gekeken, want hij lachte met een spottende twinkeling in zijn ogen.
Ik moest lang nadenken over zo’n eenvoudige vraag. Ik dronk koffie en wist niet hoe hij smaakte. Hoe smaakte de koffie in de bibliotheek? Ik maakte een beweging van een begin van een uitleggende beweging. Toen glimlachte ik alweer. Het begon blijkbaar een gewoonte te worden.
Ik boog naar hem toe en fluisterde naar Lazlo: “Ik weet het echt niet.”
Ik zag Lazlo met zijn wandelstok, zwierige kleding en alles op en top in orde van de vorige eeuw, naar de koffiehoek lopen. Het was het eerste wat ik weer zag van een mens. Een individu die me weer wat vroeg voor het eerst. ‘Je kan een mening hebben over koffie,’ zei de innerlijke stem. Michael’s koffie was altijd perfect. Dat was mijn mening. En mijn mening was ook; Elke koffie die niet door Michael was gemaakt is een flauwe afspiegeling van koffie zoals koffie bedoeld is. Er ging een steek door mijn ziel. ‘Oh Michael.’
Oh Michael, Ooh Michael. Ik mis je zo erg. Oh lieve Michael. Wat zit ik hier ook met dat stomme gedicht? Jij en ik lazen nooit gedichten. Waarom zouden we ook? Het zijn stomme dingen. Waarom In godsnaam, waarom liet je me zitten? Waarom ben ik hier in die stomme bibliotheek. Een stomme idioot vraagt me hoe koffie smaakt die niet door jou gemaakt is. Koffie zonder gekonfijt schilletje sinaasappel, grappig dobberend in een laag opgeklopt schuim met wat cacao eroverheen gepoederd met jouw lachende gezicht erboven. Ik heb pijn Michael. Zo’n enorme pijn. Oh Michael.
In romantische comedy’s is er op dat moment een hint die de heldin een opening wijst naar de nooduitgang. In werkelijkheid is de nooduitgang er mogelijk wel, maar je ziet hem gewoon even niet. In de film leven is zo kinderlijk eenvoudig. Het echte drama is hier en nu. En als je pijn hebt, dan heb je echte pijn. Ik zat daar te huilen zonder dat iemand het kon zien toen Lazlo me vertelde dat hij aan tweehonderd-negenenveertig vrouwen liefdesbrieven had geschreven en dat alles succesvol was verlopen. Hij was teruggekomen van de koffiehoek en zat weer naast me.
Hij pakte zijn boek en begon te lezen. Mijn ogen keerden terug naar de regels van het gedicht. Ik was niet langer meer in doffe eenzaamheid aan het ploegen over die dichtregels. Er zat een mens naast me die er was. Een man die aan honderden vrouwen liefdesbrieven geschreven had. Een mens die kon zeggen dat de koffie hier middelmatig of onder de maat was. Ik hoefde het alleen maar te vragen. Ik vroeg het.
Pas later zou Lazlo me zeggen dat de koffie ondrinkbaar was. Op dat moment antwoordde hij fluisterend: “Om een gedicht te kunnen begrijpen moet u eerst alles loslaten. U moet in de huid kunnen kruipen van de mens die die woorden voor het eerst opschreef. Waarom schrijft een mens gevoelens als een schilderij? Die woorden die u daar ziet staan, zijn slechts een onbeholpen poging om iets verhevens, iets heel laags of iets zo liefdevols mee te delen aan iemand die ze niet kennen maar toch een vriend met een luisterend oor is. Lees die woorden als een vriend. Anders ben je als lezer een ongenode indringer.”
Ik wilde eerst een boze stemming in mezelf kweken. Wie dacht die vent wel dat hij was? Om tijd te winnen voor een oorlogsverklaring keek ik weer naar de dichtregels. Ineens kwam er een zweem van betekenis uit die woorden op me af. Het sloeg me met volle kracht. Ik knipperde met mijn ogen. Ik liet mijn ogen over andere regels gaan. Dit was geen slaan nu, er werd een troostende arm om me heen gelegd. Ik richtte mijn blik om weer andere woorden. Een intens verdriet kon ik meevoelen. Wat was dit? Wie was dit? Wie raakte mijn ziel door deze woorden?
Ik begon het geheel te lezen, er sprak een vrouw tot me. Ze was haar geliefde aan de Dood kwijtgeraakt. Ze had daarna eerste stappen gezet met haar voeten. Daarna kon ze rennen en het verdriet als een geschenk zien. Ze hield nog altijd van haar geliefde. Ze zou altijd van hem blijven houden.
Ik huilde en keek geraakt opzij. Door gewelde tranen zag ik Lazlo goedkeuren naar me kijken. Hij knikte goedkeurend met een betekenisvolle blik: “Zie je wel, zo eenvoudig is het.” Ademloos keek ik voor me. Ik had het boek allang dicht. Er is daar iemand juist als ik. Ze wist precies hoe ik me voelde. Ik had er net naar geluisterd. Dus ik wist het. Ik boog me naar opzij om te fluisteren: “Als u tweehonderd-negenenveertig vrouwen het hof heeft gemaakt. Waarom bent u hier dan alleen?’
‘Ik ben een oude man. Bij mij mijn soort is het gewoon dat je dan vaak alleen bent. U bent een jonge vrouw, waarom bent u hier altijd alleen?”
‘Mijn man is dood.’
De woorden hadden sneller mijn mond verlaten dan ik ze had kunnen verzinnen.
Ik boog iets verder opzij en fluisterde: ‘Het is voor het eerst dat ik het zo maar aan iemand vertel.’
Lazlo trok zijn wenkbrauwen op. Hij knikte naar de koffiehoek. ‘Daar hoeven we niet te fluisteren. Mag ik u een koffie offreren?’
Hij liet me galant voorgaan en liet mij de plek uitzoeken waar ik wilde zitten. De man was als gentleman een van de laatste exemplaren van een bijna uitgestorven ras. Toen de koffie voor ons stond vroeg hij: ‘Met welk verhaal zullen we beginnen? Met de dood van uw man of mijn tweehonderd-negenenveertig vrouwen? We zijn hier allebei elke dag, dus het hoeft niet per se allemaal vandaag. We hebben blijkbaar de tijd.’
Ik dacht lang na. ‘Laten we maar beginnen met uw tweehonderd-negenenveertig vrouwen.’
‘Ik zal vertellen over de tweehonderd-negenenveertig liefdes. Maar ik waarschuw u, het is een lang verhaal. We moeten niet vergeten dat ik er recht op heb dat ik ook uw verhaal hoor.”
‘Dat beloof ik u.’
Hij maakte een lichte buiging. ‘Belofte maakt schuld.’
249 Liefdes (1)
Ik bezit de gave mensen te doorzien en te beïnvloeden. En mijn gave komt het beste tot zijn recht als ik er goede daden mee verricht. Als kind was ik al anders dan andere kinderen. Ik zat graag thuis bij mijn moeder om te kijken hoe ze haar leven leefde en ik sloeg alles op. Elk gebaar wat ze maakte verzamelde ik. Het was een hele ontdekking dat elk gebaar iets betekende. Zo betekende het verschuiven van een haarlok als mijn vader in de buurt was dat ze van hem hield en dat zonder woorden wilde zeggen. Ik merkte dat mijn moeder zelf niet wist wat al haar gebaren betekenden. Ze sprak onbewust met haar gebaren en haar houding.
Mijn vader had een kleine werkplaats achter het huis waar hij apparaten herstelde. Dat was onze inkomstenbron. Ook bij hem zat ik graag en ik verzamelde ook zijn gebaren en houdingen. Ook hij had zelf geen idee dat hij met zijn lichaam sprak zonder woorden en dat ik de betekenis elk gebaar kende. Mijn vader en moeder waren de beste ouders die ik me maar kon indenken. Ze waren warm voor elkaar en warm voor mij. Voor iedereen hadden ze wel een vriendelijk woord over.
Op school bij de leraressen en leraren zag ik ook steeds beter hoe de mensen in woorden een andere taal spraken dan met hun lichaam. Mensen gebruikten soms vriendelijke woorden, maar ik zag dat ze dan inwendig kookten van woedde. Andersom gebeurde natuurlijk ook. De strenge meester die bij alle kinderen angst inboezemde zag ik als een vriendelijke ziel die heel zachtaardig was.
Toen ik merkte dat ik op deze manier door de mensen heen kon kijken besefte ik maar al te goed dat niemand die ik kende de zelfde opmerkingsgave had. Als je mensen in hun ziel kunt kijken, dan is de eerste barrière weg die de mens belet om een juiste benadering te kiezen voor de mensen waar ze mee te maken hebben. Ik begon me er thuis en op school in te oefenen om minder te luisteren naar wat mensen met woorden zeiden, maar me meer te richten op wat ze met hun gebaren en hun houdingen vertelden. Een gebaar met een hand, een kleine rimpel in een voorhoofd, een aarzeling bij het spreken zeiden me meer dan de woorden en de zinnen die ze gebruiken. Het meest belangrijkste wat ik in die tijd ontdekte was wel dat mensen er niet van hielden dat ik ze observeerde. Ik bekwaamde me er dus in om het steels te doen.
Met de juiste gebaren en woorden die als een schilderij een beeld schetsen slaagde ik er steeds beter in om mensen in een goede stemming te brengen. Ik kon mensen troosten, zelfs als ze niet eens in de gaten hadden dat ze verdrietig waren. Soms werden mensen blij als ik niets zei, maar alleen er was en de juiste antwoorden gaf op hun lichaamstaal met de juiste gebaren.
Op de middelbare school kreeg ik oog voor de ontluikende gevoelens van mijn medescholieren. Ik zag meisjes die met hun lichaam naar een jongen schreeuwden: ‘Ik ben gek op je. Zie me toch staan.’ Maar de jongens aan wie die onbewuste boodschap gericht was, zagen slechts hooghartige ongeïnteresseerdheid. Ik vertelde niemand van mijn gave. Ik vermomde me als een doodgewone scholier die meedeed met de rest.
Op een dag vertelde mijn vriend Frank dat hij een oogje had op een van de knapste meisjes uit de klas. Althans, de meesten vonden Avril het knapste meisje van de klas. Ze deed ook zelf alsof ze zichzelf het knapste meisje van de klas vond. Maar ik zag dat dit een oppervlakkige manier van doen was die niets met haar eigen ziel van doen had. En ik doorzag ook dat zij meer dan geïnteresseerd was in mijn vriend, maar deed alsof dit juist niet het geval was. Mijn vriend op zijn beurt deed natuurlijk net alsof hij helemaal niet in haar geïnteresseerd was. Op de middelbare school is iedereen bang om af te gaan.
Ik vertelde mijn vriend dat ik een brief kon schrijven die precies die woorden zou bevatten die haar voor hem in vuur zou zetten. Mijn vriend had wel vertrouwen in mijn schrijfkunst, want ik stond bekend als een goede opstellenschrijver. Ik haalde altijd de hoogste cijfers. Hij twijfelde eerst nog maar gaf me toen een klap op mijn schouder en zei: ‘Okay Lazlo, schrijf jij maar een brief. Als ik hem goed genoeg vind, dan geef ik die aan haar.’
Het was voor mij makkelijk om iets wat uit zichzelf al bijna tot ontbranding kwam op deze manier aan te steken. Het kwam er eigenlijk niet op aan wat ik zou schrijven, elke onbeholpen poging zou al voldoende zijn geweest. maar ik wilde het goed doen. Ik ging thuis zitten en de eerste pogingen van mijn nieuwe kunst, liefdesbrieven schrijven, waren lastig. Steeds weer verscheurde ik het resultaat omdat er teveel woorden in stonden. Ik wandelde die avond na mijn huiswerk buiten en keek naar de sterren. Toen had ik het. Het moest geen uitgebreide brief worden met loftuitingen over iets waar iedereen anders ook al over sprak. De woorden moesten niets anders zijn dan een hoffelijk gebaar. Ik ging naar huis en schreef: ‘Lieve Avril, mag ik een ster jouw naam geven?’
Mijn vriend kwam de volgende dag opgewonden op me af. Ik kan niet anders zeggen dat hij teleurgesteld reageerde. ‘Is dit het?’ Hij keek me aan of ik een grap maakte. Ik verzekerde hem dat dit precies de woorden waren die Avril nodig had om hem te zien staan. In de uren op school die volgden zag ik zijn onzekerheid toenemen en hij durfde pas op het allerlaatste moment haar de brief te geven. Ze liep giechelend weg zonder de brief open te maken en mijn vriend was in de veronderstelling dat hij sociale zelfmoord had gepleegd. ‘Het komt echt goed makker’, zei ik hem. ‘Stel je er maar op in dat je morgen verkering hebt.’
Ik zie Frank zijn bedrukte onzekere gezicht nog voor me. ‘Ik weet het niet Lazlo.’
De volgende dag, nog voor de eerste les kreeg Frank een briefje van Avril in zijn handen gestopt. Hij durfde de envelop niet zelf open te maken en zat er die eerste uren bij als een ter dood veroordeelde. In de middag gaf hij mij de envelop en zei dat ik hem het slechte nieuws maar moest vertellen. Ik bekeek de envelop met een roosje erop en rook een zweem parfum. Ik vroeg me af hoe mijn vriend zo blind kon zijn. Zonder dat je hem openmaakte gilde deze brief: ‘Ik wil je.’ Maar ik besefte nu weer eens dat de meeste mensen ziende blind waren en maakte met een ernstige tronie de brief open. Frank zat als een zielig hoopje voor me in afwachting van een fataal en onherroepelijk vonnis. In de brief stond: ‘Mag ik er bij zijn als je die ster mijn naam geeft? Wanneer spreken we af.’
Ik hoef je niet te uit te leggen dat mijn vriend ineens weer onder de levenden was. Toen ineens kreeg hij weer een ernstig gezicht en vroeg: ‘Wat moet ik haar nu antwoorden?’ Om kort te gaan, ik beloofde dat ik dit antwoord nog voor hem zou schrijven, maar dat hij er daarna alleen voor zou staan. Ik schreef uit naam van Frank: ‘Mag ik vanavond al langskomen om samen al een ster uit te zoeken?’ Hij verschoot van kleur toen hij het las. ‘Vanavond al. Ik weet niet of ik al durf.’ Ik verzekerde hem dat elk ander voorstel niet juist zou zijn. Weer wachtte hij tot het laatste moment om haar de tweede brief te geven. Het was eigenlijk al te laat, maar Avril was zo verstandig om nog een beetje rond te hangen bij school. Ik zag hoe ze zijn brief openmaakte, hem daarna een kus op zijn wang gaf en weg huppelde. ‘Tot vanavond,’ riep ze met de bedoeling dat iedereen die maar kon het horen zou.
Dat was de eerste romance waar ik mee te maken had. Na die tijd waren Avril en Frank onafscheidelijk. Frank vertelde op een dag aan een andere vriend van hem dat ik geholpen had met een goede brief. Zo kwam de tweede liefdeszoeker op mijn pad. Ook dat kwam voor elkaar. Langzaam bouwde ik een naam op dat je bij mij moest zijn voor geluk in de liefde. Avril en Frank waren natuurlijk een makkie geweest. Mensen die wat verder weg van me stonden vereisten iets meer studie.
En zodoende moest ik mijn gave verfijnen en inzetten om de juiste woorden te vinden die pasten bij de mensen die de afzender waren en die doel zouden treffen bij de beoogde geliefde. Daarnaast schiep ik er een eer in om nooit twee keer een zelfde beeld te schetsen in de brieven. Het lijkt net of woorden het voelen als ze voor een tweede of derde keer zonder oprechtheid bij elkaar geplaatst worden. Ze doen hun werk niet meer goed. Een enkele keer kwam er iemand op me af en ik voelde dat er geen eerlijke bedoelingen in het spel waren. Ik zei nooit nee tegen iemand, ik schreef gewoon een brief. Ik zorgde er dan voor dat de poging tot liefde niet zou slagen. Ik gebruikte dan een oud versleten beeld. Ik plaatste de woorden zo, ook al leken ze nog zo romantisch, dat het tegengestelde effect optrad. Die gevallen heb ik niet opgeteld bij die tweehonderd-negenenveertig.
249 liefdes (2)
Ik luisterde naar zijn aangename stem en liet me meevoeren in zijn wonderlijke verhaal. Ik was even mijn misère vergeten. Nou, ik was het niet vergeten, maar het was even op de achtergrond. Hij haalde een horloge uit zijn vestzak en keek erop. ‘Ik moet een afspraak nakomen,’ zei hij, ‘schikt het u als ik morgen verder vertel?’ Natuurlijk schikte dat. Wat kon ik anders tegen hem zeggen. Dit was een man die beloftes en afspraken nakwam. Aan zo’n man deed je een belofte om hem te houden. Hij stond op, gaf me op een hoffelijke manier een hand en schreed sierlijk weg. Ik keek hem na en moest even nadenken of ik hem wel echt gezien had. Hij was een verschijning die eerder van honderd jaar terug leek te komen aan zijn manieren en kleding te zien dan uit de tegenwoordige tijd.
Ik keerde terug naar de leestafel waar de gedichtenbundel nog lag die ik eerder had ingezien. Ik probeerde het gedicht te vinden waar ik eerder zo geroerd door was. Hoe ik ook bladerde, ik kon het niet meer vinden. Ik besloot naar huis te gaan.
Thuis begon ik de onbeschrijfelijke rommel op te ruimen. Schoon beddengoed, schone ramen, de vaat en de stofzuiger, ik was met alles tegelijk bezig. In de late middag zit ik op de bank te kijken naar het licht van de ondergaande zon in de kamer. De leegheid van de ruimte vloog op me af, ik dwong mezelf te blijven zitten en niet onder de dekens te vluchten. Ik pakte een boek, realiseerde me dat dit hetzelfde boek was als voor de Grote Ramp en legde het weg om een ander boek te pakken. Hoe ik het ook probeerde, ik kon geen betekenis ontdekken in de woorden en zinnen die er stonden. Ik was aan het einde van de zin vergeten wat er aan het begin had gestaan. Kwam dat ooit nog goed? Zelfs mijn innerlijke stem liet het afweten. Ik zette de televisie aan. De opgetogen stemmen, de reclames, de show en de drukdoenerij over het nieuws van de dag waren misplaatst in deze huiskamer. Ik klikte de televisie uit en besloot in de avond een wandeling te maken. Ik keek omhoog of ik sterren zag. Welke ster zou Avril heten?
Wie was Lazlo Ukelo? Ik lag in bed die nacht en ik dacht aan hem. Morgen zou hij verder vertellen? Waar was hij vannacht? Wilde ik dat weten? Mijn innerlijke stem merkte spottend op: ‘Die man is minstens dertig jaar ouder dan jij. Gaan we troost zoeken bij opa?’ Ik stopte mijn hoofd onder de kussens. maar iedereen weet dat een innerlijke stem daar geenszins door gehinderd word. ‘Hij doet zich zo netjes voor, maar zijn de meeste seriemoordenaars niet van die excentrieke aimabele figuren?’
‘Bespottelijk’, riep ik tegen mijn innerlijke stem. Mijn stem galmde door de kamer, de echo stuiterde door alle vertrekken. De muren en de meubels keken verbaasd.
Ik viel in een onrustige slaap en droomde ontelbare dromen waar ik een paar keer snikkend van wakker werd. Maar steeds weer viel ik in slaap. Ik weet zeker, nou ja, bijna zeker, dat ik niet van Lazlo droomde. Zelfs niet dat hij als een enge seriemoordenaar achter me aanzat. Ik werd wakker met het geluid van de eerste vogels en stond meteen op.
Ik keek naar de kleding die ik vandaag naar de bibliotheek zou aantrekken. Mijn innerlijke stem merkte spottend op: ‘Zo, gaan we als wulpse weduwe de straat op?’ Ik keek naar een stijlvol pastel groen en blauw mantelpakje. Michael vond het pakje afschuwelijk en ik had het maar een keer gedragen.
Ik pakte het van het rek en drapeerde het over mijn arm zodat ik een beeld van mezelf kon vormen in dat mantelpakje in de koffiehoek van de bibliotheek tegenover die tovenaar met woorden en zijn stem. Ik hing het weer terug en pakte het weer en hing het weer terug.
Uiteindelijk liep ik na een lang gevecht met mezelf en na vele spottende opmerkingen van mijn innerlijke stem in het mantelpakje naar de bibliotheek. Lazlo stond op en noodde me aan het tafeltje waar hij aan zat in de koffiehoek. Hij haalde koffie voor me en begon met vertellen.
249 liefdes (3)
U moet weten dat ik een liefhebber van vrouwen ben. Mijn ervaring op het gebied van het schrijven van liefdesbrieven bracht nu eenmaal met zich mee dat ik me steeds verder in vrouwen verdiepte. Ik vind de vrouwelijke natuur een van de mooiste dingen op deze aarde. Tegenwoordig kun je dat helemaal niet meer zo makkelijk zeggen omdat heden ten dage zoveel misverstand over liefde is. De mensen versmallen het begrip liefde en denken aan liefde alsof het iets pornografisch is.
Het gaat erom dat je in ziel van mensen kunt en durft te kijken zonder bang te zijn. Want het is soms heel confronterend om in de ziel van iemand te kijken. Maar als je goed kijkt zie je onder een laag afweer altijd weer een mooi mens. En in mijn ogen zijn vrouwen de mooiste mensen. Ze bezitten een wijsheid en schoonheid die ongeëvenaard is.
Vergeeft u mij deze bespiegelingen. U zou het verkeerd kunnen opvatten, maar ik smeek u dit niet te doen. Vrouwen zijn als ze eenmaal klaar voor de liefde zijn, en geloof me, elke vrouw is eens klaar voor de liefde, als instrumenten die bespeeld willen worden. Ze zijn klaar om de mooiste muziek voort te brengen vermits je zorgt voor een juiste aanraking, een juiste streling en het juiste gevoel. Als er teveel spanning is dan klinkt er slechte muziek. Evenzo goed gaat het niet goed als er te weinig spanning is, dan klinkt er helemaal geen muziek.
De geliefde van een vrouw heeft de belangrijkste taak om de aard en de schoonheid van de vrouw in te zien en de meest mooie muziek te maken. Die muziek is een door God gegeven geschenk. Geliefden kunnen de moeilijkste zaken overwinnen als ze samen die mooie muziek maken. Leven in de grootste rijkdom is armetierig als geliefden niet samen die mooie muziek maken. Leven in moeilijke omstandigheden is rijk met deze muziek.
Het belangrijkste voor de geliefde van een vrouw is een zuiver hart. Niet iedereen heeft het vermogen om de mooiste woorden te componeren om de vrouw te bekoren. En hoewel vrouwen een stem en mooie woorden heel erg waarderen is het nog belangrijker dat de geliefde met een zuiver hart kijkt naar de vrouw. Ze moet weten dat ze alles is in de ogen van een geliefde.
Daarom schreef ik mijn beste brieven aan vrouwen waarbij ik wist dat degene die me erom vroeg een zuiver hart had. Het maakte niet uit dat ze niet daarna meer de woorden konden gebruiken die ik ze als eerste in de mond had gelegd. Ik wist gewoon dat ze hun handen op de juiste plek zouden leggen, hun ogen op die vrouw gericht zouden houden en al die andere manieren zouden gebruiken die er zijn om de juiste muziek uit die vrouw te halen.
Wat maakte het daarbij uit dat die onhandige minnaars zich eerst op mijn kunsten moesten verlaten. Iedere verbintenis kan wel wat magie gebruiken. Ik vertelde u gisteren over de brief van Frank aan Avril. Hun magie is dat ze altijd naar een ster hebben kunnen kijken die als symbool stond voor dat krachtige moment dat de liefde als de bliksem toesloeg. Al hebben ze er elkaar maar een paar keer aan herinnerd, dan nog is dat het grootste geschenk wat ik ze heb kunnen meegeven. Ook al denken ze misschien daarbij nooit meer aan mij.
En ik weet als geen ander dat vrouwen vaak onbarmhartig zijn in hun oordeel over andere vrouwen. Maar dat is ten onrechte. Vrouwen krijgen dit oordeel omdat ze andere vrouwen als rivalen zien. Misschien komt het doordat hun geliefde niet de juiste muziek maakt in hun geest en met hun lichaam. Misschien is het jaloezie of afgunst. Maar de vrouw die ze verafschuwen is net zo’n mooie creatie als zijzelf. Er kan nooit een reden zijn om afgunst te voelen. Misschien dat er ook vrouwen zijn die misprijzend zijn over andere vrouwen omdat ze onzeker zijn over hun geliefde. Maar geliefden die hun vrouwen naar de hel van afgunst en jaloezie laten gaan zijn degenen die het misprijzen verdienen.
Ik ben niet blind voor de werkelijkheid. Ik zie heus wel dat mensen in hun dagelijkse leven zich amper bezig houden om geliefde te zijn. Mensen zijn van het pad af geraakt, want het enige wat er toe doet in het leven is de liefde. Liefde voor jezelf, liefde voor degenen die het meest dichtbij staan en ook de liefde voor de medemens.
Mensen kunnen je duizenden redenen geven waarom ze niet van zichzelf zouden kunnen houden. Net zoveel redenen kunnen ze je opnoemen waardoor ze teleurgesteld zijn in hun medemens. Vervolgens zwelgen ze in hun misère en zoeken ze troost bij verkeerde dingen of gaan in therapie. Maar elke poging om jezelf te helen is gedoemd tot mislukken. Hoeveel woorden er ook gebruikt worden, aan het einde van elke overdenking kan de enige conclusie zijn dat je eerst van jezelf moet houden en dat je, als dat gelukt is je uiterste best moet doen om van je medemens te houden.
Van sommige mensen zul je afstand moeten nemen, omdat ze misschien doorgaan met dingen die niet goed voor je zijn of omdat ze afstand van jou nemen, maar betekent niet dat je geen liefde meer voor voor die mensen hoeft te voelen. Iedereen heeft een oorspronkelijke ziel, door krassen die ontstaan door het leven zien we het alleen niet altijd even helder. Maar als je je erop instelt dat je altijd van iemand houden zal, dan vergeef je alles. Zelfs de dood.
Ik vertelde u in het begin al dat ik de gave bezit om bij mensen hun werkelijke gevoelens te zien door de gebaren die ze maken. Als je die gave hebt, zoals ik, dan zie je ook door vervormingen heen. Sommige mensen hebben heel veel pijn gehad in het leven. Door de pijn trekken ze dikke lagen bescherming om zich heen aan. Ik zag door die vervormingen heen altijd de mooie vrouw die er was.
Vrouwen zijn niet te dik of te mager als ze als instrument juist bespeeld worden. Het hardste gezicht word zacht. En is een zachtaardig gelaat niet een van de schoonste dingen.
Op een dag kwam er een man op me af die al jaren gehuwd was. Hoeveel moeite hij ook had gedaan om de liefde in zijn huwelijk levend te houden, zo vertelde hij, zijn vrouw was gestopt met van hem te houden. Ze werd zuurder en zuurder en ze had geen vriendelijk woord meer voor hem over. Zelfs de heilige liefdesdaad kon niet meer plaatsvinden. De man huilde en vroeg me of ik in staat zou zijn om hem te helpen de liefde van zijn vrouw terug te winnen.
Natuurlijk wilde ik weten wat er in dat huwelijk gebeurd was. Waar dacht hij dat het aan lag dat zijn vrouw verbitterd was geraakt. De man begon te vertellen over van alles en nog wat. Soms zijn mannen te kort door de bocht en weten ze amper wat te zeggen. Deze man, hij was bakker van beroep, vertelde en vertelde maar. Maar ik voelde dat hij in zijn woorden iets uit de weg gingen. Ik zag dat er groot verschil was tussen zijn lichaam dat uitstraalde: ‘Ik ben schuldig,’ en zijn woorden die alleen maar verhaalden van alle pogingen om de liefde tussen zijn vrouw en hem te bewaren.
Ik vertelde die man dat ik zou kijken of ik hem kon helpen. Natuurlijk had ik hem meteen kunnen zeggen dat hij iets achterhield voor mij, maar dat deed ik niet. Ik vroeg hem of hij een glas port wilde. Ik wil namelijk bespreken hoe ik te werk zou gaan, zo zei ik. De man aanvaardde het glas port en ik schonk in en zette de fles op tafel. Ik moet u ook een beetje beter leren kennen. Ik heb nu alleen maar de wanhopige man gezien die de liefde van zijn vrouw probeert terug te winnen. Hoe was u als jongetje?
De man keek verbaasd. Ja, zei ik, het is van essentieel belang om te weten wat voor vader u heeft gehad en hoe uw moeder was. U wilt dat ik u help, laat het dan aan mij over om de juiste stappen te zetten. Was u als kind gelukkig?
De man begon te vertellen en in brokjes en beetjes kwam zijn verhaal eruit. Soms glom de man van plezier als hij een herinnering opdiepte, soms kromp zijn lichaam in elkaar als hij andere herinneringen ophaalde die hij lang niet allemaal aan mij vertelde. Ik keek naar hem en op zeker moment legde ik mijn hand op zijn schouder. Ik weet genoeg, zei ik.
Ik had geen idee hoe ik het moest aanpakken. Maar ik wilde de man niet belasten met mijn twijfel. Het enige wat ik zei was: U gaat zo meteen naar huis, en u moet me beloven dat u vanavond aan uw bed knielt en luidop een gebed zegt. Ja ja, ik weet allang dat u niet gelovig bent. Daar gaat het niet om. Het maakt me ook niet uit tot wie u bidt, maar zeg dat gebed hardop. Als het enigszins kan moet u uw vrouw overhalen ook met u te knielen. Als het u niet lukt om met u te knielen, zorg dan in ieder geval dat ze het gebed hoort. U knielt dus en u zegt: ‘In al mijn deemoedigheid vraag ik u vergiffenis en ik vraag u om het herstel van de liefde die er was tussen mij en mijn vrouw.’
Dat is alles, u doet en zegt niet meer dan ik u nu opgedragen heb. Ik zie een uitweg voor u, u bent naar mij toegekomen en we gaan de stappen zetten die nodig zijn om uw wens in te willigen. Kunt u het onthouden? U komt over precies een week bij me terug. U vertelt me wat er gebeurd is en dan geeft ik u het volgende recept.
Dit was overigens de eerste keer dat ik iemand woorden liet gebruiken zonder ze eerst in een brief te zetten. Mijn eerste boodschap naar de vrouw was dat de man vergiffenis wilde vragen in de hoop dat de relatie tussen hen beiden hersteld zou worden. En het maakt niet uit of mensen zeggen al of niet gelovig te zijn. In de donkerste uren, in de grootste ellende verzend zelfs de verstokte heiden een gebed aan God. Het besef dat dit gebeurt leeft bij zowat iedereen. Juist als een ongelovige een gebed aanheft weet eenieder dat de nood hoog is. De vrouw van de bakker zou dat ook beseffen. En dan het woord deemoed. Deemoedigheid is zo’n mooi begrip. Het geeft aan dat je alle wapens en elke bescherming opzij legt en dat je afwacht wat de andere kant je aanbiedt. En deze deemoedigheid werd aan de dag gelegd ten overstaan van het Opperwezen. Dan zat er het verlangen in naar liefde met zijn vrouw. Het verlangen naar de soort liefde die er eens was.
Zo stuurde ik die man heen. Terug naar huis. Ik had geen idee hoe ik nog andere raad kon geven, dus wachtte ik de week erna af. De man zou weer bij me komen voor zijn verhaal. Op de dag dat hij langs zou komen bleef het stil. Ook de dag erna kwam hij niet. Ik wist dus nog niet hoe het verhaal tussen de vrouw en de bakker afliep. Ik wandelde wat langs de oude haven in de aangename herfstzon toen ik volstrekt onverwacht de bakker tegenkwam die van tegengestelde richting kwam. Hij liep gearmd met een vrouw. Zijn eigen vrouw.
Dit is de man over wie ik je vertelde lieverd. Hij heeft ons weer bij elkaar gebracht. Ik werd voorgesteld aan zijn vrouw. Ze pakte mijn hand met beide handen vast en bedankte me. We wilden u graag binnenkort bezoeken, zei ze. We willen u graag wat teruggeven. Mogen we dat binnenkort komen bespreken?
Ik was verbluft. Het meest verbluft was ik van het feit dat ze me zomaar toevallig tegen het lijf liepen en me zoiets belangrijks vertelden. Ik had een afspraak met die man. Dat is echt mijn zwakte. Ik ben er gevoelig voor als andere mensen hun afspraken niet nakomen. Ik probeer nog van die zwakte af te komen. Maar het lukt me nog lang niet altijd. Als tweede was ik verbluft over de hernieuwde liefde van de bakker en zijn vrouw. Ik had meer dan een vermoeden hoe het was gegaan, maar ik wilde het deze keer zeker weten. Dus ik wachtte geduldig hun bezoek af.
Het was de vrouw van de bakker alleen die aan mijn deur belde. Het was een zeer charmante verschijning, in alles een dame. Ik liet haar binnen. Ze nam de zetel in waar ik haar in noodde te zitten. Ik ging tegenover haar zitten. Ik, eh, begon ze. Ze waaierde met haar armen zo precies als jij ze gisteren waaierde naar mij toen ik vroeg hoe de koffie smaakte. De koffie is hier ondrinkbaar overigens. Ik vroeg me af waarom je elke dag jezelf martelde met het afwaswater hier. Vandaar dat ik het vroeg. Maar je had al die tijd hier koffie gedronken zonder dat je wist hoe hij smaakte en ik zag dat je wel wist hoe koffie moest smaken. Ik zag je herinnering aan een hemels moment. Je hebt een herinnering aan Goddelijke koffie. Maar goed daarover hoor ik na mijn verhaal ongetwijfeld veel meer over. Die vrouw van de bakker maakte nog een keer dat gebaar en nog een keer. Ik moet u heel erg dankbaar zijn voor wat u gedaan heeft.
Ik weet dat mijn man u niets over zijn misstappen gezegd heeft en dat u hem er niets over gevraagd heeft. Ik eh. Ze aarzelde weer. Ik weet niet wat uw gave precies inhoudt meneer Ukelo. Maar ik ben blij dat u mij en mijn man precies doorzien heeft. Ik was bijna vervallen in een goneneesbare haat waar ik aan verslaafd raakte. Toen mijn deemoedig vergiffenis vroeg ben ik ik huilen uitgebarsten. Mijn man stond meteen op en troostte me. Hij kuste me teder op mijn voorhoofd. Ineens kwam er een vuur over ons die ons alles deed vergeten. We zijn helemaal overnieuw begonnen. Ik wil u graag als dank een fonds schenken dat u mag aanwenden voor een goed doel. Ik kan het geld wel eerst aan u aanbieden, maar ik weet toch wel dat u zult weigeren. Dus doe ik meteen het voorstel voor een fonds voor een goed doel. Ze noemde een bedrag dat zeer ruim bemeten was.
De vrouw was, zoals ik al vertelde, een zeer charmante verschijning. Maar ondanks haar charmante gebaren wist ik dat haar woorden iets anders vertelden dan haar lichaam. Met haar gebaren, de aarzelingen in haar spreken en door haar oogopslag wist ik zeer zeker dat welke misstappen de man ook begaan had, zij voor zichzelf een geheim meedroeg wat ze zichzelf nog zwaarder aanrekende.
Mevrouw, ik wil uw genereuze aanbod in overweging nemen. Het is immers altijd goed als mensen samen iets goeds in de wereld proberen te bewerkstelligen. Maar ik wil eerst graag weten of u zichzelf vergeven heeft. Mijn vraag deed haar adem stokken. Ze keek lang voor zich uit en vroeg toen: ‘U weet het dus?’
‘Mevrouw’, zo zei ik, ‘ik weet niet wat het is, maar ik zie dat u zichzelf iets aanrekent. Ik hoef niet te weten wat het is. Belangrijkste vraag om de liefde in uw huwelijk te bewaren voor de toekomst is of u zichzelf kunt vergeven.’
Ze barstte in tranen. Ik bood haar mijn zakdoek aan die ze aannam om haar wangen en haar ogen te deppen. Toen keek ze lang in de verte en haalde diep adem. ‘Ik heb mijn man bedrogen. Ik kan mezelf niet goed vergeven. Het is beter dat u het maar weet. Vind u dat ik het mijn man moet vertellen?’ Ik realiseerde me dat dit een belangrijke vraag was. Immers, in een huwelijk draait alles om vertrouwen. En vertrouwen is gebaseerd op eerlijkheid en waarheid. Maar ik bedacht me dat het hernieuwde liefdesvuur ernstig gevaar liep als de man op de hoogte werd gesteld van de affaire van zijn vrouw, ongeacht wat hijzelf tot zijn misstappen kon rekenen. ‘Mevrouw, als uw huwelijk u lief is en u wilt oud worden met elkaar beloof me dan twee dingen.’ Ze keek me vragend en hoopvol aan. ‘Het eerste wat u me moet beloven is dat u dit nooit aan uw man zult vertellen. U moet deze zware last alleen dragen omwille van het geluk in uw huwelijk.’ Ze zat er als een gevangen vogeltje bij. Het vooruitzicht dat ze de zware last definitief op haar schouders moest nemen viel haar zwaar. ‘Het tweede dat u me moet beloven is’, zo vervolgde ik, ‘dat u de relatie met de andere man direct verbreekt. Anders wordt het onhoudbaar.’
Ze wilde misschien opspringen en met een gespeelde verontwaardiging ontkennen dat de affaire nog aan de gang was. Maar haar beweging stokte nog voor ze daadwerkelijk goed en wel in beweging was gekomen en ze zakte weer terug in haar zetel. ‘U heeft gelijk. Ik probeer keer op keer weerstand te bieden aan de verleiding, maar die man is zo goed in het mij steeds weer over te halen. Wat moet ik toch doen? Ik hou van mijn eigen man.’
Toen wist ik zeker dat de enige reden waarom de vrouw nu alleen naar mij toegekomen was, met het aanbod voor een fonds voor een goed doel, om hulp te vragen voor deze moeilijke opgave om weerstand te kunnen bieden aan haar minnaar. ‘Mevrouw, er zit niets anders op dan een einde aan uw affaire te maken. Dat begrijpt u toch? Ik wil u daarbij helpen, maar dan moet u precies doen wat ik u ga opdragen. Belooft u dat?’
‘Ik beloof u alles om mijn huwelijk te redden. Wat wilt u dat ik doe?’ Ze zei het met opluchting in haar stem. Als ik haar opgedragen had om blootsvoets een bedevaart te maken van een jaar had ze het gedaan.
‘Als u’, zo droeg ik haar op, ‘gedachten krijgt over uw minnaar, dan stelt u daar meteen een gedachte tegenover van het meest afschuwelijke wat u op dat moment te binnen kan schieten. U mijdt de plaatsen waar u uw minnaar kunt tegenkomen. U heeft me zojuist een fonds ter beschikking gesteld voor een goed doel. Wij gaan dat goede doel nu samen uitzoeken. Beschouw het als een boetedoening voor uw misstappen zodat uw gemoed wat verlicht wordt. Nadat we dat goede doel uitgezocht hebben gaat u naar huis en u stelt alles in het werk om dat goed doel met uw fonds zo goed mogelijk te steunen. En u zweert nu op alles wat u lief is dat u, in het geval u de verleiding van uw minnaar niet kan weerstaan, dat u het fonds verdubbelt in het geval u toch hierin zwakker bent dan uw wenst. Kunt u me dit alles beloven, nee zweren op alles wat u lief is?’
De vrouw bezwoer dat ze elke belofte die ze die middag aan me gedaan had na zou komen en vertrok. Ik las daarna nog regelmatig in de krant over haar. Ze was de schutsvrouw van een liefdadigheidsinstelling en dank zij haar zijn er vele goede werken verricht. De hoeveelheid geld die ze uittrok voor al de goede werken oversteeg vele malen het oorspronkelijke bedrag dat ze me eens in mijn zitkamer aangeboden had. Maar op foto’s bij de krantenartikelen stond ze er als een gelukkige vrouw en vaak was ook haar man te zien die liefdevol en vol bewondering naar zijn vrouw keek.
Ik heb in deze affaire geen enkele brief geschreven, maar toch reken ik ze tot de tweehonderd-negenenveertig liefdes waar ik de hand in heb gehad.
249 Liefdes (4)
Lazlo keek op zijn horloge en zei: “Mevrouw, Het is weer tijd dat ik moet gaan. Het is met spijt in mijn hart. Ik zal nog een andere dag van uw tijd moeten gebruikmaken om de rest van mijn verhaal te vertellen. Ik hoop dat u mij dat vergeeft. Mag ik erop rekenen dat ik u morgen weer zie op deze zelfde plaats?” Hij was opgestaan en met een lichte buiging en een onnavolgbaar gebaar met zijn hoed had hij afscheid genomen. Hij kwam nog een keer terug en fluisterde naar me: “U heeft er goed aan gedaan om deze flateuze kleding te dragen. Het is een goede keus geweest.’
Hij liet me verbaasd en betrapt achter. Het meest moest ik denken aan die bakkersvrouw en haar ontrouw. Was het een goed advies geweest om het haar man niet vertellen van haar ontrouw? Relaties moesten toch gebaseerd zijn op waarheid en eerlijkheid? Hoe kon Lazlo, die me meer dan een eerlijk maar ook gewetensvol man leek, haar het advies geven om haar man niets te vertellen over haar affaire? Aan de andere kant, als je het verhaal mocht geloven deed de vrouw daarna enorm veel aan liefdadigheidswerk en leken haar man en zij gelukkiger dat ooit. Dat was alles waarschijnlijk nooit zo geweest als ze haar man over de affaire had verteld. Als je alles naging zou de kans groot zijn geweest dat het nooit meer goed zijn gekomen. Maar was het niet nog erger om te leven met een leugen?
Hoeveel relaties bevatten geen geheimpjes die veilig opgeborgen zijn in de herinnering? Ik keek naar de leestafel die dicht bij het raam stond. Aan die tafel zat een ouder echtpaar. Hij las haar fluisterend iets voor uit een boek. Zij pakte zijn arm beet en lachte met een warme blik naar hem. Die oude mensen aan die tafel, die misschien hen hele leven bij elkaar waren geweest en nu zo gelukkig hun oude dag leken te beleven? Hadden zij geheimen voor elkaar?
Ik wandelde in rustig tempo terug naar huis en voelde een zekere rust over me gekomen. De mensen op straat genoten van deze prachtige najaarsdag. Alles leek mooi. De moeder die haar kind vriendelijk terecht wees omdat deze zonder uit te kijken wilde oversteken. Mensen gearmd en mensen hand in hand. Ik voelde de pijn van het gemis. Maar het was voor het eerst sinds de Grote Ramp dat ik niet in mijn bed wilde vluchten. Ik ging in het park zitten bij de vijver. Het water van de vijver had die lichte mist over zich die zich vaker voordoet in dit jaargetijde. De bomen beleefden hun laatste dracht van dit jaar. De lucht rook al licht naar die rotting die de belofte in zich draagt van al het nieuwe leven in de volgende lente.
Voorlopig hoefde ik niets meer te doen dan morgen terug te keren naar de bibliotheek en het verhaal van Lazlo Ukelo te luisteren. Ik zou thuis eten maken en de avond rustig doorbrengen. Ik zou weer proberen om te lezen. Het moest toch weer eens terugkomen dat ik een hele zin zou kunnen bevatten. Mensen die gewoon kunnen lezen weten niet welke geschenk die gave is. Ze verspillen het met het lezen van de grootst mogelijke rommel. Maar evenzogoed verspilden ze met evenveel achteloosheid al die levenstijd die elke dag weglekte. Hadden ik en Michael niet met dezelfde achteloosheid al de tijd van de wereld verspild? Ik stond op. Mijn verstandige innerlijke stem zei: ‘Je kunt niet leven alsof elke seconde een diamant is. Het leven moet vanzelfsprekend beleefd worden. Het kan niet anders. Je moet het leven met liefde leven, maar je kunt niet anders dan het vanzelfsprekend aan je voorbij te laten gaan.
Ik stond op en terwijl ik de typische geur van een open haard rook zoals die alleen maar in het najaar kan ruiken, liep ik naar de supermarkt om boodschappen te doen. Ik liep rond de schappen en zag een pakje waar zakjes met poeder in zat waar ik instant koffie mee kon maken in allerlei soorten. Mmm, ik kon het gewoon proberen. Niet meer dan kokend water in een beker gieten over de inhoud van dit wonderpoeder en u waant zich in Venetië. De plaats waar koffie een kunst is met een knipoog naar het leven. Ik zou het gewoon proberen en ik zag voor me hoe ik een brief zou schrijven aan de klantenafdeling van die firma. Beste mensen, ik heb gelezen wat er op de verpakking van dat wat u de ultieme koffiedroom noemt. Ik deed precies wat u mij op de verpakking als beste bereidingswijze deed voorkomen. Ik kan niet anders zeggen dan dat uw belofte om mij in mijn fantasie in Venetië te doen belanden in de richting van bedrog komt, tenzij u de plek bedoelde waar het afvalwater wordt gereinigd van die prachtige Italiaanse stad. Want uw koffie, beste mensen, doet in niets denken aan koffie zoals die gemaakt wordt op de Piaza San Marco of in enige zijstraat van die plaats. De drank die ontstaat als men uw poeder met water vermengt doet nog het meest denken aan gemalen karton.
Natuurlijk schreef nooit iemand zulke brieven. Reclame-afdelingen mochten hun meest ongeloofwaardige teksten schrijven. Iedereen wist toch dat het allemaal onwaar was. Wie is die zielige idioot die daar ooit nog serieus op in gaat? Ja, dan ben je een idioot of een anachronisme. Misschien zou Lazlo een doeltreffende brief naar de raad van bestuur schrijven in de juist gekozen bewoordingen om bij iedereen het licht te laten aangaan. ‘Heren, uw gelofte die u op uw verpakking doet, maakt u geenszins waar. Ik stel voor dat u een soortgelijke ervaring doormaakt als ik. U leest de verpakking en daarna bereid u uw product zoals dit daar aangeraden wordt. Als u ook maar in enigermate werkelijk het idee heeft dat u koffie smaakt zoals u belooft, dan zij het zo. Maar als u heren bent, en ik neem toch aan dat dit zo is, en u beseft dat uw product ver achterblijft bij de verwachting die u schept met de annonce op uw verpakking, dan stel ik voor dat u direct uw product anders gaat verkopen.’
Nee, Lazlo zou zich over zoiets niet druk maken. Hij doorzag mensen op een manier die hem allang gewend hebben gemaakt aan het bedrog met woorden die alle mensen plegen. De belachelijk overdreven tekst op dat pakje met die zakjes koffiepoeder zou hij niet eens bekijken. Je wist van te voren dat hier zakjes met poeder in zaten die op zijn best heel weinig naar karton zouden smaken. Je was alleen maar een idioot als je je daar serieus druk over maakte.
Het kokende water schonk ik in de beker en rook aan het resultaat en liep naar de bank. Het was eigenlijk niet echt slecht. Het haalde het niet bij de koffie van Michael, maar dit was echt veel beter dan de drab die je in de bibliotheek kreeg. Het lezen lukte? Het lezen lukte! Ik hoefde van mezelf niet meer dan anderhalve bladzijde te lezen. Maar ik had er genoeg aan. Ik meanderde door de betekenissen van de zinnen en proefde of ik elk woord goed gekozen vond. Ik las de tekst voor een tweede en een derde keer. Sommige teksten worden beter bij het herlezen en anderen worden slechter. Maar dat wat ik las werd rijker en beter.
Voor ik ging slapen keek ik lang naar de foto van Micheal. Ik keek naar elk detail. Als je van iemand op een achteloos moment een foto maakt dan leg je een moment vast wat nooit meer terugkomt. Of iemand leeft of dood is, dat moment waarop die foto gemaakt is komt nooit meer terug. Was een mens beter af met foto’s als herinnering? Hoe deden ze dat vroeger? Was dat makkelijker of moeilijker? Kon je niet veel beter iemand tot je laten spreken in brieven? Als je iemands brief leest zegt dat misschien zoveel meer als een foto die in minder dan een honderdste van een seconde genomen is. Natuurlijk, iemands gezichtsuitdrukking kon je heel veel vertellen van het innerlijk. Maar was een brief niet veel intiemer? Michael had me nooit een brief geschreven. Wel de gebruikelijke sms’jes en e-mails. Maar dat is toch anders dan een goed gecomponeerde brief waarop je op afstand iemand probeert te bereiken. En afstand was er als de een levend is en de ander dood.
Ik ging naar bed en stond weer op. Mensen die ervaring hebben met rouw zullen het weten; De ochtenden zijn het ergst. Het allereerste ontwaken, het pijnlijk beseffen dat je alleen in het bed ligt, de steken in je ziel, het verdriet, de boosheid en daarna heel veel radeloosheid en ook wel iets wat proefde als paniek.
In de dagen die volgden had ik geen andere bestemming dan te lopen naar de bibliotheek en te luisteren naar het wonderlijke en intrigerende verhaal van Lazlo Ukelo. Hij had me uitgezocht op het allereerste moment dat ik kon zien dat er een reddingsboei naar me werd gegooid. Natuurlijk zag Lazlo perfect wanneer dat moment was. Hij had me de eerste keer zien binnenkomen en weggaan en al die andere keren tot ik die eerste dichtbundel pakte. ‘Dat’, zo zei hij, ‘was het moment dat je zonder het zelf te weten weer contact met de levenden zocht.’ Elke dag had Lazlo weer een ander mooi verhaal over liefde tussen mannen en vrouwen. Sommige verhalen deden me lachen, anderen maakten me verdrietig en sommigen stemden me tot nadenken. Lazlo koos zijn verhalen zorgvuldig. Misschien wist hij precies wat ik nodig had op het moment dat hij me zag binnenkomen. Het was zo koesterend om elke dag weer die afspraak met hem te hebben. Ik wist dat het eens zou eindigen. Maar ik wilde dat moment zo lang mogelijk uitstellen. Maar ik wist, een mens raakt eens uitverteld, ook al betreft het tweehonderd-negenenveertig liefdes. Ook al ben je Lazlo Ukelo, dan ook komt er een moment dat het verhaal eindigt. Ook al wordt het in afgepaste porties in een bibliotheek verteld.
Omdat ik wist dat ik hem verrast had met het pastelgroen en blauwe mantelpakje schiep ik er een plezier in om elke dag met iets te komen waarmee ik hem tot een compliment kon verlokken. Na een van onze ontmoetingen ging ik naar de stad waar ik kleding aanschafte die bij deze ontmoetingen zouden passen. Ik had het goed ingeschat. Lazlo was zichtbaar geroerd. “U kunt mee geen groter compliment maken.’ Lazlo maakte een nieuwe vrouw van me. Ik ging er zelfs toe over om een deel van de inhoud van mijn kledingkast weg te gooien. Het had geen zin om de wens te hebben niets te veranderen.
Ik twijfelde slechts een moment toen ik de vuilniszakken met mijn oude kleding de deur uit droeg. Mijn aarzeling was voor een buitenstaander misschien niet eens zichtbaar. Het voelde als een angstige bevrijding dat ik de plastic-zakken met mijn kleding in de container van het Leger des Heils liet verdwijnen. Maar nadat ik de klep van de container had gesloten twijfelde ik niet meer. De kleding van Michael kon ik nog niet aanraken. Alle zaken van Michael liet ik onaangeroerd. Op geen enkele manier mochten de dingen van Michael van plaats veranderen. Ik verdedigde de plaats die Michael op de aarde kon innemen, wie was er anders dan ik die zijn plaats in de wereld nog warm kon houden. Zijn moeder en vader waren er niet meer. Hij was er zelf niet meer. Ik was zijn defender. Ik zou nooit zijn kleren wegdoen. Als hij terugkwam, wilde ik hem niet verraden hebben. Zo simpel was het. ‘Net zoals het simpel is dat je niet met opa Lazlo zult neuken,’ vatte mijn innerlijke stem het samen. Mijn innerlijke stem behoeft regelmatige expositie. Ze zou het niet accepteren als ik hier niet noem; De zelfvoldane arrogante, STEM.
Mijn innerlijke stem was er op een dag. In het begin vond ik het wel grappig. Ergens in me gaf ik cynisch of ironisch commentaar op alles wat ik dacht en deed. Kent u die commerciële programma’s? Met zo’n walgelijke voice-over die op de meest melige manier op een vettige toon commentaar levert op datgene waar de kijker overheen zou kunnen kijken? Welnu, zo’n stem reist mee in mijn leven. Het is mijn eigen stem die ik hoor en geloof me, ik ben blij dat ik alleen deze stem hoor. Want de commentaren zijn schaamteloos onthullend, zelfs van gedachten die ik niet eens heb, maar zou kunnen hebben. Misschien hebben veel mensen wel zo’n innerlijke stem. Ik weet het niet. het is dat ik er nu over schrijf, maar in het dagelijkse verkeer loop je er niet mee te koop.
Het was een paar weken later dat er ‘s-ochtends de eerste sneeuw lag. Een dun laagje dat al een beetje aan het wegsmelten was toen ik naar de bibliotheek liep. Ik droeg een bontmuts en bontjas en dito laarsjes. Voor ik weg ging keek ik in de spiegel en vond wel dat ik voor een Russische adellijke prinses genaamd Natasha kon doorgaan. Een passende dracht op deze laatste dag van november. Ik liep op de tafel af waar Lazlo al zat. Als een Heer had hij gewacht tot ik kwam om samen onze eerste koffie van de dag te nuttigen. ‘Ah, u ziet er vandaag betoverend uit. Mijn complimenten. Ik begin vandaag aan de laatste geschiedenis die ik u zal vertellen over mijn tweehonderd-negenenveertig liefdes. Ik hoop dat ik u niet ontrief, maar het is een beetje een pikante geschiedenis. Hopelijk heeft u daar geen bezwaar tegen?’
Nog voor ik had kunnen antwoorden zei mijn innerlijke stem: ‘Laat die vuiligheid maar een keer horen. Je wil wel weer eens een keertje van je stoel glijden.’ Ik bloosde en wenste mijn innerlijke stem naar Hades. Lazlo interpreteerde mijn bloos mogelijk verkeerd. Misschien ook niet.
249 liefdes (5)
Vergeef me als ik het zeg, ik wil u niet in verlegenheid brengen, maar uw blos staat u goed. Welnu, het brengt ons in de juiste stemming om aan mijn voorlopig laatste verhaal te beginnen. Ik ben de afgelopen weken veel aan het woord geweest, maar het is niet een gebrek aan belangstelling mijnerzijds voor uw verhaal. Integendeel, ik werd alleen maar meer en meer nieuwsgierig. Maar we hadden nu eenmaal afgesproken dat ik dit zou doen en afspraak is afspraak. Het ontbreekt deze tijden teveel aan eer. Geld verdienen is het hoogste goed geworden en niemand let meer veel op eer. De mensen zijn tegenwoordig veel en vaak erg ongelukkig en ze vragen zich soms wanhopig af hoe ze zin aan hun leven kunnen geven. De zaak is, mevrouw, dat de zin van het leven niet iets is wat je alleen kun nastreven. Je hebt er anderen voor nodig. Mensen zijn gemaakt om met elkaar te leven en gezamenlijk voor behoud van het leven te zorgen. Nu we allemaal in aparte huizen wonen met ogenschijnlijk alle gemak en niemand meer nodig lijken te hebben kunnen we soms weken alleen zijn en steeds ongelukkiger worden zonder dat iemand er notie van neemt. Als je er goed over nadenkt is dat een wreed gebeuren. Mensen zijn gemaakt om ‘s-avonds bij een kampvuur verhalen aan elkaar te vertellen. Dat is het beste medicijn wat we kwijt geraakt zijn door al onze moderniteit en hebzucht. We lijden aan chronische eenzaamheid en toch lijkt deze tijd zo druk dat niemand in de gaten heeft dat we zo eenzaam zijn. Het is daarom dat deze bibliotheek zo’n heilzame werking op iedereen heeft die de tijd neemt om er tot rust te komen. Hier staan al die verhalen van mensen die de tijd hebben genomen om ze aan ons te vertellen. Verhalen die ons troost bieden en verhalen die ons kwaad of ongerust maken. Maar in ieder geval horen we de stem van iemand spreken. Als we maar willen luisteren.
Vergeef me deze uitweiding, ik ben aan mijn voorlopig laatste verhaal toegekomen en misschien wilde ik daarom als een priester tot u spreken. Om de indruk weg te nemen dat ik een priester ben ga ik maar direct over tot de pikante geschiedenis waar ik vandaag over wilde vertellen.
Ik werd op een dag aangesproken door een mooie jonge dame. Ik heb u al gezegd dat ik een grote liefhebber van de vrouwelijke natuur ben. De jonge dame die me aansprak was een vrouw die van binnen en van buiten zeer mooi was. Natuurlijk had ze haar leeftijd mee, vrouwen die in de bloei van hun leven zijn hebben van de natuur een aantrekkelijkheid gekregen die jonge mannen voor hen doet vallen. Maar de oppervlakkige schoonheid die alleen maar bedoeld is om bronstige jonge manntjesdieren aan te trekken verdwijnt natuurlijk na verloop van tijd. Innerlijke schoonheid wordt amper meer hoog aangeslagen. Toch is dat de schoonheid die blijft als het leven een nieuwe fase in gaat. Als men overgaat tot een poging tot alleen maar blijvende restauratie van die uiterlijke schoonheid, dan ziet men niets meer dan een karkas zonder inhoud. He vergeef me, ik ben alweer aan het uitweiden.
Goed, ik werd door die jonge vrouw aangesproken en ze vroeg me of ik naar haar verhaal wilde luisteren. Ze vertelde me dat ze gehuwd was met een man die iets ouder was als zijzelf. Wat hem aantrekkelijk had gemaakt in haar ogen was zijn ernst en zijn poging om diepzinnig met het leven om te gaan. Hij probeerde goed te zijn voor de hele wereld. En in plaats van dat hij gewoon zijn eigen omgeving een betere plaats om te zijn probeerde te maken had hij zich ten doel gesteld om veel van het onrecht in de wereld op verre plaatsen te bestrijden. Mensen die ten onrechte gevangen zaten in verre gevangenissen konden op zijn onvermoeibare aandacht rekenen. Arme dorpen in zuidelijke continenten moesten waterputten en scholen. De man was, zo vertelde zijn jonge vrouw, dag en nacht bezig om de wereld een betere plaats te maken. Vergaderingen tot diep in de nacht met actiecomités, correspondentie met organisaties in het binnen en buitenland.
In het begin was er geen enkel gevoel van twijfel bij de vrouw. Ze deed hartstochtelijk mee met hem. Wat is er op tegen dat je je zo inzet voor het goede? Maar na verloop van tijd begon de vrouw wat te missen in de relatie. Na een droom die haar midden in de nacht was overkomen en die haar wakker had gemaakt wist ze het. Er waren ook wel andere tekenen geweest, maar de droom maakte dat de vrouw wist te benoemen waar het haar aan ontbrak. Zoals zoveel jonge mensen van deze tijd vertelde ze zonder omhaal van woorden wat het was. Er was niets op tegen om de wereld te redden en ze wilde daar samen met haar man samen vol overgave mee doorgaan. Maar ze wilde ook erotiek. En vergeef me dat ik het zo onomwonden zeg, maar ik herhaal slechts wat zij mij vertelde; Ze wilde soms alleen maar dampende seks zonder dat de arme kindertjes uit een of ander Godvergeten arm dorp over hun schouder mee keken. En, zo zei ze, als die arme kindertjes zouden hebben meegekeken, dan hadden ze nog amper wat kunnen zien, want na al die drukdoenerij over armoede in de wereld was er alleen maar tijd voor af en toe een haastige klus zonder enige passie. Een plichtpleging die haar helemaal niet bevredigde.
Ze keek me aan met een triomfantelijke blik die vermengd was met wanhopigheid. Ze kon zich niet voorstellen dat ik er wat aan zou kunnen doen, ondanks mijn reputatie waar ze van anderen over gehoord had. Zelfs u kunt er niets aan doen, zei haar blik. Dat was het triomfantelijke deel in haar blik. Een ander deel was het woord; Help me. Ik overdacht de situatie en vroeg naar wat bijzonderheden over haar man om me een beter beeld van hem te kunnen vormen. En hoe groot is de kans dat u teleurgesteld raakt in uw huwelijk als het gebrek aan erotiek blijvend is? Ze zuchtte en zei dat ze vreesde voor de gevolgen. Ze wilde niet, maar haar droom had haar op de gevaren gewezen. De droom had haar duidelijk gemaakt dat het voorstelbaar was voor haar dat ze door een ander gekaapt zou worden. Haar lichaam schreeuwde om iets wat ze met haar verstand probeerde te bestrijden.
Na enig nadenken had ik een idee hoe ik de zaak zou kunnen dienen met mijn diensten. Mevrouw, zou zei ik, ik heb een idee hoe we uw man de naakte waarheid aan zijn verstand kunnen peuteren. We gaan over tot een list en ik hoop dat we samen plezier kunnen beleven aan de uitvoering alsmede over het resultaat van onze list.
Ik zou haar een brieven schrijven alsof deze afkomstig waren van een man die haar aandacht probeerde te trekken, maar wiens avances ze steeds afwees. Maar onze list mag nooit bekend worden bij uw man. Nooit moet u op enige moment de ware toedracht vertellen. We gaan met onze brieven hem opmerkzaam maken op uw noden en hem het gevaar gewaar doen maken welke zijn huwelijk met u bedreigt. Na verloop van tijd zorgen we ervoor dat hij op een toevallige wijze achter het bestaan van deze brieven komt.
En zo schreef ik haar een een eerste brief van een wanhopige man die haar aandacht probeerde te trekken. “Lieve Natasja, ik probeer steeds weer je mooie gezicht te vergeten als ik toevallig weer eens in de buurt bij je bent geweest. Maar het lukt me niet. Ik zie je overal waar ik kijk. Ik probeer ook steeds je mooie lichaam te vergeten, maar het lukt me niet, overal achtervolgt mijn herinnering me en doet me de vreemdste dingen dromen. Ik ben nergens zonder je en ik ben jaloers op de man die dag en nacht met jou kan zijn. Maar hij ziet je vast niet zoals ik. Liefs M.
Samen creëerden we een antwoord wat zij aan deze M. geschreven zou hebben als antwoord op deze liefdeskreet. Beste M, je woorden zijn vleiend. Het is fijn, maar ook beangstigend om je brief te lezen. Fijn om te weten dat ik aantrekkelijk ben, en je woorden maken dat ik met fierheid in de spiegel kijk naar mezelf. Maar het is ook beangstigend. Je brief maakt me onrustig, maar ik geloof in het huwelijk van mij en mijn man. Ik verzoek je dan ook me niet meer te schrijven. Liefs Natasja.
We kregen er schik in om de brieven te maken en ik zag aan haar dat ze langzaamaan een sprankje hoop begon te krijgen dat dit wel eens zou kunnen werken. Ik schreef een antwoordbrief; Lieve Natasja, Als het inderdaad je wens is dat ik nooit meer aan je schrijf dan zal ik dat niet meer doen. Mijn lot is wreed, als ik je eerder had ontmoet, dan was de liefde voor ons samen geweest en had ik elk moment van mijn leven gewijd aan onze tempel van liefde en lust. Maar je ondertekening geeft me ook weer hoop. Zeg me alsjeblieft dat ik toch af en toe nog aan je mag schrijven. Liefs M.
We schreven weer samen het antwoord wat zij op deze wanhoopskreet zou hebben geschreven; Beste M, het spijt me dat ik met een enkel woord hoop heb veroorzaakt waar voorlopig nog geen reden toe is. Je woorden over de tempel van liefde en lust maken me onrustig, maar ik wil echt dat je deze brieven niet meer aan me schrijft. Natasja.
Meer schreven we niet. Natasja zou de brieven op een moment laten vinden. Ze was opgetogen over het plan. Soms, zo zei ik haar, is het oog van een andere man nodig om de schoonheid van een vrouw onder de aandacht te brengen. We hebben hier zelf een andere man gemaakt die de ogen van uw man kan openen. Van het grootste belang is echter dat uw man nooit mag weten dat het niet echt was. Wat er ook gebeurt, u mag dit nooit aan hem onthullen. En reken maar dat hij net zo zal reageren als elke andere man die zich gewaar wordt dat de liefde van zijn vrouw iets is wat ook kan verdwijnen. Hij zal boos zijn, hij zal verdrietig zijn en argwanend. Dat is allemaal mogelijk. Hij zal u ter verantwoording roepen. Hij zal misschien aangeslagen zijn als een gewond dier. Maar als hij een hart heeft zal dit het moment zijn dat hij naar u begint te luisteren. Voor uw brieven aan onze verzonnen minnaar bent u beslist in uw afwijzing van een affaire. Dat moet u keer op keer herhalen. Dan zal hij willen weten hoe het komt dat u onrustig werd van de brieven van onze M. Dan is het de tijd om hem onomwonden te zeggen wat u mij eerder heeft verteld. U vind het best om de wereld te redden, maar uw lichaam schreeuwt om meer. Zeg dit gewoon allemaal in uw eigen woorden.
En zo ging de jonge vrouw heen met deze paar epistels. Het duurde weken voor ik wat hoorde. Maar op een dag was de vrouw weer aan mijn deur en ik kan niet anders zeggen dan dat ze straalde. Ik noodde haar binnen en liet haar het verhaal doen.
Het was allemaal gegaan zoals we samen van tevoren bedacht hadden. Ze had de brieven op een plaats gelegd zodanig dat hij ze wel moest vinden. Toen was ze voor een lang weekend weg gegaan met haar vriendinnen. Haar telefoon had ze niet meegenomen. En zo gebeurde het dat de man op de eerste avond dat hij alleen was de brieven had gevonden. Er stond niet veel tekst in, dus hij had ze in een oogwenk gelezen. Hij had ze eerst grinnikend opzij gelegd. Maar na een uurtje had hij zich niet meer kunnen bedwingen en had hij ze nog een keer gelezen en nog een keer.
Het was alsof er iets in zijn hoofd ontplofte. Van alle zaken in de wereld waar hij zich druk om maakte trok hij zich even niets meer aan. Hij verkeerde ineens in het besef dat zijn eigen wereld niet vanzelfsprekend was en dat er een kaper op de kust was. Die kaper had woorden gebruikt waar zijn vrouw onrustig van werd. Hij was in de auto gesprongen en was midden in de nacht naar de plaats gereden waar zijn vrouw en haar vriendinnen voor een weekend bij elkaar waren. Hij was als een geslagen hond aangekomen in het weekend-appartement waar zijn vrouw en haar vriendinnen lol aan het maken waren.
De vriendinnen, die niets van de ware toedracht wisten hadden met afkeuring gekeken hoe hij daar stond. Maar zijn vrouw die begreep wat er gebeurd was, zag dat het plan zeer goed werkte. Ze deed alsof ze niet wist waar het over ging en maakte met haar man een lange wandeling, haar vriendinnen in verwarring achterlatend. Tijdens de wandeling was hij inderdaad boos, verdrietig en ongerust geweest. Lief, had ze uiteindelijk tegen hem gezegd, ik begrijp wat je voelt. Ik heb elke avance afgewezen, maar ik kan niet ontkennen dat die brieven me onrustig hebben gemaakt. Ik voelde er ineens door dat ik een aantal dingen mis in mijn leven. Wat dan? Had de man als een zielig schooljongetje gevraagd. Ze had hem in zijn oor gefluisterd. Daarna had ze hem een zoen gegeven.
Ik ben hier met mijn vriendinnen. Jij gaat gewoon naar huis en thuis praten we er over. Laten we er geen drama van maken. De man was afgedropen en zij was weer naar haar vriendinnen gegaan. Na het weekend ging ze naar huis en wist niet wat ze kon verwachten. Misschien was hij wel doorgedraaid. Maar dat bleek alleszins mee te vallen. Ze kwam op een maandagavond thuis en hoewel dat een vaste vergaderavond van hem was, had hij alles afgezegd. Ze maakte de deur open en wilde het licht aanknippen. Maar nog voor ze dat gedaan had bleek hij in de gang te staan en stak een kaars aan. Hij ging haar voor naar de leefkeuken en daar had hij alles in orde gemaakt voor een romantisch diner bij kaarslicht. Er stonden overal kaarsjes en hij had haar favoriete muziek opgezet.
Tijdens de maaltijd hebben ze elkaar weer herontdekt. En, ik aarzelde vooraf of ik dit zo wel zou zeggen, maar ik doe het toch maar; Ze hebben de liefdesdaad verricht op de tafel. En daarna nog een keer en later in de slaapkamer nog een keer. We deden het, zo vertelde de jonge vrouw, op manieren waarvan we nog niet eens wisten dat het mogelijk was. En sindsdien was het vuur niet meer te blussen. De man had haar zelfs een keer op haar werk opgezocht en hadden ze het daar gedaan. Nooit, zo bezwoer ze me, had ze gedacht dat de oplossing zo nabij was geweest, en nooit, zo verzekerde ze me een aantal keren, zou ze de ware toedracht onthullen.
Natuurlijk had haar man uit haar proberen te krijgen wie die geheimzinnige M. was. Maar ze had haar man verteld dat ze dit niet wilde vertellen. Die arme ziel verdient het niet dat hij door jou aangesproken zou kunnen worden. Haar man keek goed om zich heen of hij enig aanknopingspunt zou kunnen vinden aangaande de identiteit van de papieren minnaar genaamd M. Natuurlijk had hij deze niet kunnen vinden. Maar zijn ogen voor de schoonheid en wensen van zijn vrouw waren voorgoed geopend. Ik vertelde al dat dit enigermate een pikante geschiedenis was. Tegenwoordig zijn de mensen verleerd om de oog te hebben voor de waarde van pikanterie. Er is van sommige zaken in onze wereld zo veel, terwijl er van andere zaken zo weinig is.
Zo, dat is mijn verhaal van een aantal van mijn tweehonderd-negenenveertig liefdes. Ik heb nog een verhaal over. Maar dat vertel ik u pas als u uw verhaal heeft gedaan. Ik hoop dat ik u niet verveeld heb met de praatjes van een oude man? Nu ben ik erg benieuwd naar uw verhaal. Zullen we afspraken dat ik dit morgen van u hoor?
249 liefdes (6)
Ik was een beetje verdrietig over zijn aankondiging dat dit het laatste verhaal van hem was geweest. Ik zag hem met zwierige tred de koffiehoek van de bibliotheek verlaten. Net voor hij de deur uit liep nam hij nog even zijn hoed in zijn hand om mij te groeten zoals ze honderd jaar geleden gewend waren. Ik zou morgen mijn verhaal van Michaels dood gaan vertellen. Ik zag er tegenop. Alle verhalen van Lazlo waren zo’n aangename vlucht geweest. Als ik terugdacht aan de eerste keer dat hij me aangesproken had leek het alsof ik terug keek in een hel van mezelf. Als ik terugdacht aan mezelf als ziel die alleen maar pijn had van het gemis en de wereld slechts in grijstinten kon zien, leek dat zielige vogeltje wel een ander mens dan die ik nu was. Natuurlijk, Michael was nog steeds in mijn gedachten en ongeneeslijk dood, ik was nog steeds verdrietig, maar de oude Lazlo had me elke dag een infuus van leven gegeven.
De meeste mensen komen op een gegeven moment weer uit het dal van verdriet na de dood van hun geliefde. Ook al lijkt dat de eerste dagen en weken onmogelijk. Ik was langzaam weer overeind gekomen met daarbij de constante zorgzaamheid en opgewektheid van Lazlo. Ik zou hem eeuwig dankbaar zijn. Hij verdiende het dat ik mijn verhaal zo goed mogelijk zou vertellen. Hoe kon ik hem vertellen van mijn liefde voor Michael? Kon ik dat überhaupt wel aan iemand vertellen hoe bijzonder hij geweest was?
Ik probeerde thuis al dingen op te schrijven die ik de andere dag zeker wilde vertellen. Maar het lukte me niet goed. Ik dacht aan ontelbare kleine dingen die Michael voor mij zo bijzonder hadden gemaakt. Zoals ik al schreef was de manier waarop hij koffie voor me maakte al een avontuur. Maar zo was er veel meer. Zijn manier van hulpeloos kijken als hij niet goed met een probleem in zijn leven uit de voeten kon. Maar ook zijn ondeugende blik als hij me weer wilde verleiden. De manier waarop hij een presentje aan me overhandigde. In alles zijn zorgvuldigheid. Zijn liefheid. Maar ook zijn stoerheid.
Al denkend kwam ik aan bij de periode die het meest moeilijk was geweest. De weken voor zijn overlijden. Op een dag kwam hij thuis en hij was erg afwezig geweest. Ik vroeg hem wat er was. Hij omarmde me en zei dat hij er nog even moest nadenken hoe hij het me zou vertellen. Die avond zat ik, ik kan nog kwaad op mezelf worden dat ik dat zo gedaan heb, voor de televisie en hoorde ik iets vallen in de badkamer. Michael had een flesje op de harde badkamer laten vallen en dat was in duizenden splinters overal terecht gekomen. De badkamer was vergeven van de sterke lucht van zijn aftershave. Ik mopperde een beetje en ging naar de kast voor een veger en blik. Toen ik terugkwam zag ik hem huilen.
We ruimden de boel op en naderhand vroeg hij me te gaan zitten in de huiskamer. Toen vertelde hij het. Hij had eerder gemerkt dat hij af en toe geen goede controle had over zijn bewegingen. Voor mij had hij dit verborgen gehouden. Hij was naar de dokter geweest en naar een specialist. Hij had er niets tegen mij over willen zeggen omdat hij me niet ongerust wilde maken. Na alle onderzoekingen en halve vermoedens had hij die dag te horen gekregen wat er aan de hand was. Hij had een aandoening in zijn hersenen die uiteindelijk tot een snelle dood zouden leiden. Het ergste was nog wel dat hij waarschijnlijk in aanloop naar het einde van karakter zou kunnen veranderen. Ik ben bang voor wat ik nog net voor het einde kan worden. Als het zo is dat ik binnenkort voorbij ben, laat het dan in ieder geval zo zijn dat dat het ergste voor ons bespaard blijft.
En ik ben ook bang voor de dood. Ik had nog zo lang met jou willen doorleven. Ik ben ook verdrietig voor jou omdat je er binnenkort alleen voor staat. Als ik me bedenk wat mij te wachten zou staan als het andersom was, dan weet ik niet of ik dat aan zou kunnen.
Ik werd kwaad op hem. Of dit een grap was? Natuurlijk hoopte ik even dat ik kwaad om hem kon worden omdat hij zo’n misplaatste grap met mij uithaalde. maar ik wist natuurlijk allang dat het geen grap was. Toen werd ik kwaad omdat hij dit al die tijd voor zichzelf had gehouden. Ik schreeuwde naar hem dat ik er toch zeker recht op had om ook bij de dokter te zijn geweest samen met hem. Maar aan het einde van de rit was er alleen maar een misère van het grote drama dat ons te wachten stond. het was zo oneerlijk. We hadden nog kinderen gewild. Kinderen die zijn neus zouden hebben of zijn haar of liever nog, zijn ogen.
Ik wilde mee naar die doktoren met hem. Ik zou iedereen opzwepen om het uiterste te doen om hem te redden. Dit mocht niet zomaar gebeuren. Toch zeker niet waar ik bij was. Al die tijd zat hij tegenover me en luisterde naar me. Het leek zo vreemd. Hij zag er nog zo gewoon en gezond uit. Het leek bijna niet mogelijk dat hij ziek was. Maar toen ik de badkamer inliep voor het toilet herinnerde de sterke geur van de aftershave me eraan dat er wel degelijk wat mis was. In Michael zat iets dat hem dood zou maken.
Michael ging samen met mij nog naar de doktoren. Niet elke dokter weet even fijn en zorgvuldig met de patiënten om te gaan. Daar kom je zeker achter als je met vragen van dood en leven zit. Misschien kunnen ze ook niet anders. Voor hen ben je het zoveelste geval en moeten ze zich wapenen tegen al die ellende en al die voorspelbare reacties van verzet en gelatenheid. Natuurlijk wilde elke dokter verder met behandelen gaan en alles uit de kast halen waar de moderne wetenschap toe in staat was.
Michael stelde steeds weer de vraag wat de winst zou zijn van een dergelijke behandeling en of die winst zouden opwegen tegen de nadelen. Ik protesteerde tegen zo’n vraag. Je moet alles aangrijpen wat er mogelijk is. Maar Michael had voor zichzelf een beslissing genomen die onherroepelijker werd naarmate we meer alternatieven bekeken. In zijn ogen was er geen alternatief. Het enige alternatief was dat hij diezelfde nacht nog in het ziekenhuis zou belanden er er waarschijnlijk nooit meer zou uitkomen. En als hij er tussendoor nog uit zou komen dan zou hij niet meer dezelfde zijn.
Hoe moeilijk moet het voor hem geweest zijn dat ik hem alleen liet met dit soort afwegingen. Ik wilde vechten, en na het vechten wilde ik nog harder vechten. Onderwijl zag ik niet goed dat hij een ander gevecht leverde. Ik kwam op een dag thuis en vond Michael op bed. Hij lag er alsof hij aan het slapen was, maar ik wist in een oogopslag dat dit geen slaap was. Hij had een briefje in zijn hand. Er stonden maar een paar zinnetjes in. Michael had het besluit genomen om een eind aan zijn leven te maken nog voor hij mogelijk onherkenbaar zou veranderen en dat er dan kans was dat hij lelijke dingen zou zeggen of misschien erger. Het speet hem dat hij me op deze manier verdriet deed, maar dat hij deze beslissing alleen maar zelf had kunnen nemen en niemand daarover had kunnen raadplegen. Hij raadde me aan om de draad van het leven zo snel als mogelijk weer op te pakken. En tot slot was er die suggestie dat ik troost kon vinden in de bibliotheek. Dat was alles.
250
Lazlo luisterde naar mijn verhaal en vroeg me ten slotte naar al die bijzonder dingetjes die ik over Michael wilde vertellen. Het was fijn om al die dingen te herinneren. Natuurlijk deed het ook zeer, het gevoel van gemis snerpte af en toe. Maar vooral was het fijn deze dingen tegen Lazlo te kunnen zeggen. Niemand anders leek mijn situatie van dit moment beter te kunnen begrijpen dan hij. Hij liet me uren praten en het leek alsof er weer meer lucht was, meer licht en meer leven. Af en toe haalde hij koffie voor me.
Toen ik uitgepraat was zaten we een tijd zwijgend tegenover elkaar. Dit keer was er blijkbaar geen dringende afspraak waar hij naar toe moest. Toen zei hij; Nu u verteld heeft van Michael zal ik u tot slot mijn laatste verhaal vertellen. Ik werd aan het begin van dit jaar benaderd door een jonge man. Ik zal u niet met allerlei dramatische kunstgrepen in spanning houden; Die jonge man was Michael. Hij vertelde me van zijn liefde voor u en dat hij de grond wilde kussen waar u op liep en hoe gelukkig hij met u was. Aan alles was te zien dat hij zielsveel van u hield en dat jullie beider liefde volmaakt was. Toch merkte ik iets op aan zijn verhaal. Hij sprak bijna geheel in de verleden tijd.
Ik maakte hem daarop opmerkzaam. En toen, mevrouw, toen heeft hij mij verteld wat hem mankeerde. Ik wist eerder dan u wat er aan de hand was. Nu kan ik me voorstellen dat u nu ongerief voelt. Misschien, zo zult u kunnen zeggen, had ik hem het advies moeten geven om meteen naar u toe te gaan en alles uit de doeken te doen. Ik heb dat hem ter overweging meegegeven. Hij heeft er goed over nagedacht en zijn besluit genomen. Ik moet zeggen dat ik zelden zo iemand heb meegemaakt die zo vastbesloten kon zijn over iets. De wijze waarop hij tot zijn beslissing is gekomen, maakte dat ik er respect voor had en dat ik het kon accepteren. Ik vroeg hem wat ik voor hem kon betekenen.
Hij was naar mij toegekomen omdat een goede vriend van hem over mij verteld had. Ik weet, zo zei hij, dat u bemiddelaar bent in de liefde. Ik ben niet goed in het verzinnen van mooie woorden. Ik ben gewoon ik. Ik moet er in berusten dat ik over enkele weken niet meer op deze aarde rond zal lopen en dat ik mijn geliefde in de steek zal laten. Als ik me bedenk wat het voor mij zou betekenen als het andersom zou zijn, dan weet ik niet waar ik voor kiezen zou. Ja, ik weet het wel, in alle gevallen zou ik er voor kiezen om zelf toch degene te zijn die dood zou moeten. Maar stel dat het andersom zou zijn, dan zou ik niet weten of ik wel verder zou willen leven.
Daarom vraag ik u, meneer Lazlo, of u mij wilt bijstaan in mijn moeilijkste uren en of u daarna iets wilt doen voor onze liefde. U moet maar iets verzinnen wat de dood kan overstijgen. Binnenkort moet ik mijn geliefde gaan vertellen dat ik er straks niet meer zal zijn. Het valt me zwaar om haar wereld uiteen te laten scheuren. Maar het heeft geen zin om het uit te stellen tot Sint Juttemis. Voor alles is een beste moment. En dat moment is als ik de laatste uitslagen heb en dat zal overmorgen zijn.
Kunt u, wilt u alstublieft, iets bedenken waardoor ik straks met een gerust hart kan sterven?
Natuurlijk aarzelde ik. Wat moest ik deze onverzettelijke en moedige man adviseren? Wat kon ik hem beloven over mijn inspanningen die de dood zouden overstijgen? Maar ik wilde hem troosten en hem geruststellen. Ik pakte zijn handen beet en beloofde hem dat we wel op iets zouden komen. Ik liet hem beloven dat we nog zo lang als dat mogelijk contact zouden hebben, dus hij is een paar keer bij mij geweest en hij heeft me heel veel verteld. Over hemzelf, over u en over de liefde die u met elkaar deelt. Het leven is soms wreed. Er zijn mensen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen en die mensen leven dan een lang leven. U beiden had zoiets moois en nu moest dit door een speling van het lot eindigen.
Ik ben blij dat ik dat toen voor hem kon betekenen. Hij heeft me verteld van de moeilijke afwegingen om niet verder behandeld te willen worden. Hij wilde als een mens sterven en niet als een ziekelijke patiënt. Hij wilde zijn eer bewaren. Zodoende nam hij op een dag die moeilijke beslissing dat het op een dag over moest zijn. We hadden samen een plan bedacht over de manier waarop ik kon helpen en hij was er gerust op dat het goed zou komen. Ik hem de dag voor hij zijn definitieve stap zetten nog omarmd als een vader een zoon zou hebben omarmd. Het was een roerend afscheid waarbij we beiden niet veel meer hoefden te zeggen. Laat haar, zo vatte ik samen, zo gauw ze kan naar de bibliotheek komen. Dat zal voor mij het teken zijn dat ik haar kan bereiken.
Ik ben hier elke dag naar toegekomen al vanaf het moment dat Michael zijn lijden beëindigde. Zoals u zelf weet heeft het weken geduurd. Ik heb me veel zorgen gemaakt en was bijna bij het punt aanbeland dat ik iets anders moest verzinnen om mijn belofte aan Michael gestand te doen. Maar ineens was u daar. U kwam binnen en bestelde koffie en wat croissants. Weet u het nog. Ik had zo met u te doen. Het liefst was ik meteen naar u toegegaan op dat moment. Maar alles heeft zijn tijd en uw toestand liet het niet toe dat ik u benaderde. Ik ben u op die dag naar huis gevolgd.
De volgende dag was u er weer en dat herhaalde zich steeds. Elke keer heb ik gekeken of het moment daar was om u een helpende hand toe te steken zoals Michael en ik samen hebben afgesproken. Dat moment was daar toen ik zag dat u een boek pakte. Ik zag uw worsteling om te begrijpen wat er in het boek stond. Toen was het moment daar. Toen heb ik uw aandacht gevraagd.
Lazlo hield stil en wachtte wat mijn reactie zou zijn. Ik wist niet hoe ik moest reageren. Ik was verward en een aantal emoties probeerden tegelijk de overhand in me te krijgen. Uiteindelijk vroeg ik hem; ‘U bent dus zijn raadgever en toevlucht geweest in de laatste dagen van hem?’
‘Ik heb dat naar eer en geweten proberen te zijn.’
‘Had u hem dan niet kunnen overhalen om zich te laten behandelen? Naar u had hij geluisterd.’
‘Mevrouw, ook al had ik dat gewild, dat soort zaken wilde hij niet met mij bespreken. En als ik het goed begrepen heb zou hij er nu sowieso niet meer zijn geweest. Hij wilde sterven als een man die volledig bij zinnen was. Ik kon niet anders dan zijn keuze respecteren. Hij kwam naar me toe om me te vragen wat ik de laatste maanden met u gedaan heb. Ik heb met alle plezier zijn wens uitgevoerd. Maar ik ben me ook bewust geweest van alle dilemma’s die er aan kleefden. Elke dag dat ik hier met u een afspraak had besefte ik eens te meer waarom hij zoveel van u hield. Ik heb u dagelijks ontmoet en ik ben dagelijks met zijn wens bezig geweest om u te koesteren en door een moeilijke periode heen te loodsen. U bent degene die kunt bepalen of me dat gelukt is. Ik heb niet meer dan mijn best gedaan. Ik begrijp dat u nu vol vragen zit, maar misschien dat u die vragen niet aan mij moet stellen, maar aan hem. Ik ben steeds meer van u gaan houden en mijn dagelijkse omgang met u heeft me doen beseffen hoezeer het geluk van een eeuwige liefde aan mijzelf voorbij is gegaan. Hij zweeg verder.
Ik hoorde de stoom sissen uit het koffieapparaat van de bibliotheek. Ik zag het bejaarde echtpaar op dezelfde plaats zitten. Ik zag de andere mensen. Ik wilde hier niet meer zijn. Ik groette Lazlo en vertrok.
Het was een jaar later dat ik hem pas weer zag. Hij was breekbaar geworden. Het viel me nu pas op hoe oud hij eigenlijk was. Ik kwam hem tegen in het park. Ik liep op hem af en bedankte hem. ‘Meneer Lazlo, ik wil u heel erg bedanken wat u voor mij en Michael heeft gedaan. Ik heb er veel last van gehad dat ik u nooit heb bedankt.’
Hij keek afwezig. Zijn kleding was morsig en de zwier die hij een jaar geleden nog gehad had was weg. ‘Kan ik wat voor u doen?’, vroeg ik. Maar ik besefte dat ik niet veel voor hem kon doen. ‘Kom, we gaan een kopje koffie drinken.’ Ik troonde hem mee naar huis.
©Leo Burger 2008